De Charlie Community

De intimiteit voorbij

Seksuele intimidatie gebeurt elke dag.

Donderdag 9 augustus 1990. “Wat een dag, zeg. Ik ben vandaag gaan zwemmen met jongens van de voetbal. Maar dat had ik beter niet gedaan. Ze hebben namelijk mijn zwempak uitgedaan. Niet gans maar dan nog. Ze waren met zeven en ze hebben met z’n allen mijn zwempak afgerold tot mijn middel. Er zat al één in mijn broek en de rest… overal.”
Ik ben 11 jaar wanneer ik bovenstaande in mijn dagboek schrijf. Veel concrete herinneringen heb ik niet aan het voorval. Flarden van al die jongens die zich plots op me gooien. Hoe weerloos en beschaamd ik was. Hoe amusant zij het vonden. Hoe nonchalant ze er achteraf over deden. En altijd ben ik me blijven afvragen of geen enkele redder zag wat er aan het gebeuren was.

(fast forward)

Vrijdag 27 februari 2015. De organisatie van de E3 Prijs in Harelbeke trekt haar omstreden affiche in. Onmiddellijk verschijnen er verontwaardigde reacties op Facebook. Vrienden die het hebben over “een van de beste affiches in jaren”, “erg ludiek” en “de bekrompenheid van de mensen die zoiets aanstootgevend vinden”. Ze halen zwaar uit: “Wie dit niet grappig vindt, moet maar ergens anders gaan wonen.” Ik klik op ‘Verwijderen als vriend’. Waarom weet ik niet zo goed. Ik heb een wee gevoel in de maagstreek, ben verdrietig.

Dinsdag 3 maart 2015. Het is halfvijf in de namiddag en ik ben bijna aan de school van mijn zoon. Een andere fietser blijft in mijn wiel hangen. Iedere afslag links of rechts wordt ook genomen. Daar stel ik me op zich weinig vragen bij. Wel is het opmerkelijk dat hij of zij me niet voorbijsteekt. Ik fiets nochtans hemeltergend traag. Eenmaal aangekomen rijdt de andere met me mee de parking op. Ik kijk achter me. Daar staat een man die zegt: “Er zit een beest op je rug. Een spin of zo.” Haastig begin ik mijn jas open te ritsen maar hij houdt me tegen. Hij neemt me bij de bovenarm en draait me een beetje met de rug naar hem toe. “Wacht”, zegt hij en slaat me een keer of twee vrij hard op de poep.

De man grabbelt en graait in mijn billen. Het gebeurt allemaal zo snel. Ik weet niet wat me overkomt.

Ik verstar. Iedere tegenwoordigheid van geest ontsnapt me. Ik wriemel onhandig aan de elastiek van mijn rok om die rond mijn middel te draaien. Alweer houdt de man me tegen. “Nee, nee. Hier.” Dit keer grabbelt en graait hij in mijn billen. Het gebeurt allemaal zo snel. Ik weet niet wat me overkomt. Hij plukt een pluisje van mijn achterste en zegt: “Dit was het.” Ik haast me de schoolpoort binnen. Veilig achter dat hek kijk ik achterom. Wat gaat hij doen? Ik voel me te onpasselijk om dat af te wachten en loop door. Het duurt tot de volgende dag tot ik er voor mezelf aan uit ben: zelfs al dacht hij echt dat er een beest op me zat, dan nog was dat onaanvaardbaar gedrag. Daar moet ik bijna 24 uur over doen, die conclusie. Ik weet niet wat ik erger vind: dat de man inderdaad kinderen zou hebben op de school van mijn zoon. Of dat hij me met voorbedachten rade is gevolgd om me te betasten aan een schoolpoort.

Zaterdag 14 maart 2015. Marc Didden doet in de cultuurbijlage van De Morgen zijn beklag over een doorgedreven vorm van feminisme. In de werelden waarin hij zich bevindt, worden vrouwen “niet met minder egards benaderd dan andere menstypes. Natuurlijk gaat het er daar waar mensen samen zijn, wel eens ruw aan toe. (…) Maar laat mij vriendelijk, doch met klem, beweren dat het niet alleen vrouwen zijn die last hebben van dit soort verachtelijk gedrag.” Dat de “Juffrouwen Truttenbol” van deze wereld niet eens meer kunnen verdragen dat een bronstige bouwvakker hen nafluit, vindt hij ronduit erg.

Zondag 15 maart 2015. Een vriend en ik zitten aan de toog van een bruine kroeg. Er is niet veel volk. Vier potige kerels komen binnen en nemen onmiddellijk het hele café in. Ze zijn luidruchtig en opdringerig. Eerst pakken zij het spelletje tapbiljart over. De mannen die aan het spelen waren, verlaten het café. Vervolgens krijgt het gezelschap een groepje vrouwen in het vizier. Dat ik blij ben daar niet in exclusief vrouwelijk gezelschap te zitten, merk ik tegen mijn vriend op. Het duurt niet lang of ook de vrouwen vertrekken. Mijn vriend en ik zijn nog alleen. Ik voel ogen in mijn rug branden. Ik vraag mijn vriend het allemaal te negeren. Plots prikt iets in mijn derrière.

Ik draai me om. Één van de mannen zit twee barkrukken verderop sardonisch te grinniken. Het was zijn vriend die me, onderuitgezakt in een zeteltje op anderhalve meter, met een biljartkeu in het achterste zat te porren. De man op de barkruk blijft me boosaardig aanstaren. “You know what the problem is?” zeg ik, “What you are doing is really scaring me.” Zijn gezicht vertrekt in een grijns. “Oh, you think that is funny?” Op slag wordt hij grimmig: “So you think I’m a bad person?” Dit is een strijd die ik niet kan winnen. “No, I don’t. I just wanted to let you know what effect this has on me.” De barman schiet ons te hulp. Hij vertelt hen dat de vrouwen van daarnet buiten hun beklag bij hem deden. De man op de barkruk blijft me vragen of ik hem een slecht mens vind. De man in het zeteltje staat op en komt naast me zitten. Hij lacht. “You know, I’m not going to kill you or anything.” Dat ik weg wil, fluister ik mijn vriend toe.

Eenmaal buiten, moet ik het rillen van mijn lijf onderdrukken. Ik ben blij dat mijn vriend zo verstandig was zijn mond te houden. Ik ben trots dat ik voor mezelf ben opgekomen maar vraag me af of ik de mijne ook niet beter had gehouden. Uit bezorgdheid om de barman die we alleen achterlieten, parkeren we de auto aan de overkant van de straat. We blijven daar zitten tot we de mannen zien buitenkomen. Mijn vriend start de auto en sist zichzelf toe: “Sissy.”

Vrouwen hebben niet het alleenrecht op dit soort verachtelijk gedrag. Ze hebben er alleen vaker last van.

Nee, meneer Didden, vrouwen hebben niet het alleenrecht op dit soort verachtelijk gedrag. Ze hebben er alleen vaker last van. Begrijp me niet verkeerd. Fluitende bouwvakkers bijvoorbeeld, categoriseer ik niet onder verachtelijk. Ik durf zelfs toegeven dat ik dat best flatterend vind. Op voorwaarde dat ik erop mag vertrouwen dat het niet meer is dan een compliment. Ik kan er nooit zeker van zijn dat ik er niet door in de problemen kom. Het is die eeuwige angst, dat constant op mijn qui-vive moeten zijn, die de relatie tussen mannen (waar ik overigens dol op ben) en mezelf vertroebelt.

Kan u me vanuit uw ivoren toren even de handgeschreven garantie toezenden dat ik geen schrik moet hebben dat het fluiten zal ontaarden in handtastelijkheden? Of erger nog? En wilt u zich tot zo lang onthouden van het genoegzaam onderhouden van een klimaat dat mijn angst om ’s nachts alleen naar huis te fietsen, ridiculiseert? Als u niet meer in stereotypen denkt, moet ik dat ook niet doen. En dan zullen we het eens hebben over dat wederzijdse respect waar u naar vraagt.

Beeld: Istock

Zo goed als elke vrouw die ik ken, kan één of meer verhalen vertellen gelijkaardig aan het mijne. Post jouw ervaringen hieronder en vertel ons hoe jij ermee omgaat. 

Inke werd geboren onder het patronaat van de Heilige Jeanne d’Arc. De oorlog die zij voert, is er hoofdzakelijk één met zichzelf. Schrijven doet ze omdat een lobotomie het enige alternatief lijkt.

6013 5861
158 reacties
  • Stephanie

    Die keer dat mijn auto voor de crèche werd klemgezet door een man omdat hij vond dat ik ‘zijn’ parkeerplaats voor zijn neus had ingepikt. Of hij zijn wagen misschien wilde verzetten, terwijl ik mijn baby op de arm droeg. ‘Pijp mij eerst gij vuile hoer’
    Een uur later was ik nog aan het trillen.
    Of mijn stagebegeleider die ik niet ken tijdens mijn lerarenopleiding zijn arm om me slaat en me begint te kussen. Ik schrik me rot, weet eerst niet goed wat er gebeurd, trek me uiteindelijk weg. Achteraf begrijp ik niet waarom ik zo gelaten reageerde.
    Als ik er informeel, jaren later, iets van zeg tegen een vrouw die hem kende als collega verbaast het antwoord me nog meer. ‘allez, daar moet je toch tegen kunnen, stel je niet aan.’

  • Emmelien

    Ik ben slechts 16 jaar oud, maar oud genoeg om al meermaals met dergelijke zaken geconfronteerd te zijn geweest. Wanneer ik alleen langs een groep jongens loop, doe ik (on)bewust altijd mijn beste bij wijze van spreke onzichtbaar te zijn. Bang dat ze me gaan naroepen of zelfs nog maar zouden staren naar mij versnel ik mijn pas en houdt mijn adem in. En het is niet zo dat ik angst voel op die momenten, maar er is wel een stem in mijn hoofd, een instinct dat me verteld op te passen. Het feit dat ik als 16-jarige al zo een ingebakken gevoel bezit, zegt zoveel. Niet alle jongens/mannen zijn hetzelfde, dat hoor je me niet zeggen, maar er zijn er nog steeds genoeg die je zien als een lustobject. En het gaat dan niet alleen over fysieke ongepaste handelingen. Maar wanneer ik op een bus bijvoorbeeld zit, voel ik de hongerige blikken over mijn rug glijden en wens ik maar dat het bij dat blijft. Natuurlijk gebeuren deze dingen niet elke dag, maar wel vaak genoeg om te kunnen stellen dat er een probleem is.

    • Profielfoto van Ils

      Ils

      Lieve Emmelien & ander (jonge) vrouwen,

      Verstop je niet, maak je niet onzichtbaar. Je hebt het recht er te zijn, OVERAL!
      Ken je het liedje van Paul Simon ? “Diamonds on the soles of her shoes” Recht je rug en loop met een air alsof je Diamanten onder je schoenzolen hebt!

      Ook ik ken intimidatie en onheus gedrag, toch leerde ik al heel jong dat timiditeit & low-profile niet persé een hulp is .

      Zonder twijfel hebben de lessen van mijn karaté-meesters daarin geholpen. Rechtop, zonder agressie uit te stralen en met een waardevol zelfvertrouwen.

      Zal het je vrijwaren van domme macho – opmerkingen? Misschien niet, maar de kans wordt kleiner. Zal het je vrijwaren van handtastelijk gedrag? Misschien niet, maar de manier hoe je naar jezelf kijkt zal wel veranderen.
      En komt die man toch te dicht? Reageer! Zet hem op zijn plaats. Pas als we allemaal onze grenzen duidelijk maken, zullen we een metaliteitswijziging teweeg brengen voor de komende generaties mannen & vrouwen.

      Go for it, wij allemaal met “Diamonds on the soles of our shoes”!

  • Inge De Prins

    Ik heb ook een hele reeks anecdotes. Ik wil ze zeker delen als de redactie hiermee verder gaat. Voor nu: Aan de mannen die hier reageren: voed jullie zonen goed op, aub. Aan de mannen die hier niet reageren: hetzelfde!

  • CamillevD

    Ik was tussen de 15 en 18 jaar en stond dagelijks aan een bushalte, waarvoor er vaak een file was bij rode lichten.
    Altijd was er een autobestuurder die zichzelf zo fantastisch vond, dat hij dat met mij wou delen. Dit door zijn venster te openen en mij toe te fluiten, mij aan te staren, gebaren te maken, smakgeluiden, noem maar op. Op het moment dat ik als vrouw voor mezelf opkwam, hem wou wijzen op de ongepastheid van zijn uitlatingen, kreeg ik alleen een dodelijke blik en een ‘zwijg vrouw’- achtige repliek toegediend, waarna hij optrok en uit het zicht verdween. En het gebeurde niet een keer maar meerdere. Met verschillende mannen die met hetzelfde idee rondlopen dat zij als man de straat regeren.

    Ik was 19, overtuigd dat ik in de veiligheid wou werken, totdat ik een interview afnam van een man voor een schooltaak.
    In eerste opzichten verliep het onschuldig, vriendelijk en zonder incidenten. Totdat ik het gesprek afrondde en hem een hand aanbood. Waarna hij een arm vastnam. Mij tegen de muur vastpinden en zijn tong in mijn mond duwde. Zijn hand op mijn borsten en kruis. Ik viel stil. Daar stond ik dan met mijn grote mond, overtuigd van het feit dat ik mijn mening mag delen met de wereld. Want op dat moment werd er niet om mijn mening gevraagd. Op dat moment werd er van mij verwacht dat ik een gewillig meisje ging zijn die hem zijn gang ging laten gaan. En ik wou dat ik kon zeggen dat ik mond had opengetrokken. Geschreeuwd, geschopt, geduwd, gevochten. Ik stond stil. verstijfd. En ik probeerde hem aan zijn verstand te brengen dat ik nu echt weg moest want ik had een afspraak… Nadat ik hem overtuigde dat ik hem zou weerzien, kon ik mij uit de voeten maken. Toen ik buiten stond, trilden mijn benen, voelde ik mij misselijk en vuil… Walgelijk. Gebruik. Een object.
    Hem wijsmaken dat ik hem zou terugzien zag ik als enige methode om te ontsnappen aan meer. Aan zijn handen op mn huid en zijn kruis tegen mijn buik. Ik dacht dat vechten hem alleen maar kwaad zou maken. En ik ben zo boos. Want ik heb niet geroepen, ik heb niet geschreeuwd tot mijn stem schor was. Het klinkt zo raar om te zeggen dat een date in het vooruitzicht hem van mij afpelde. Want hij zag het niet als machtsmisbruik. Of aanranding. Hij zag het als zijn recht. Omdat ik naar hem had geglimlacht tijdens het interview. Omdat ik vriendelijk was.

    Ik ben vooral boos omdat ik mezelf heb wijsgemaakt dat ik maar niet in die situatie had moeten belanden. Alsof alleen zijn met een man direct een uitnodiging is voor meer. Alsof wij als vrouw steeds moeten oppassen, omdat wij een verleiding zijn en mannen hier maar moeilijk aan kunnen weerstaan. Hoe komt het dat wij als vrouw denken dat wij hier iets aan moeten doen. Wij doen dit niet, wij zijn gewoon vrouw. Mannen moeten leren dat wij er niet zijn voor hen maar voor onszelf.

    (Ik weet zeer goed dat niet elke man zo handelt of denkt, maar er zijn er nog steeds te veel)

  • Pilar

    Ik was 9 en elke keer ik in de klas naar het bord moest, betastte een jongen me in mijn kruis. Elke keer zijn hand tussen mijn benen. Het kan toch niet dat niemand dat ooit zag?

    Ik was 17 en wandelde na een fuif met een oudere vriend naar mijn fiets. Door het park, want daar was de fuif. Veilig dacht ik. Tot hij zei: welke kleur beha heb je aan? Je weet toch dat ik je nu kan verkrachten? Gelukkig is er niets gebeurd.

    De porren in mijn kont en mannen die tegen me aanschuren in de Charlatan en -vooral in Brussel- mannen die me naroepen en catcalls negeer ik gewoon. Het gebeurt niet veel, maar elke keer is er één teveel. Zegt meer over hen dan over mij.
    Wat niet gebeurt: bouwvakkers die me nafluiten.

  • OuweTante

    Bij het lezen van deze verhalen gaat mijn bloed koken en mijn haar rechtop staan. Zoals zovele vrouwen heb ik ook al een aantal keren grensoverschrijdend gedrag van mannen meegemaakt. En ook gemerkt dat het echt moeilijk is om er ad rem op te reageren omdat je in eerste instantie perplex staat en bijna verlamd bent. En nadien ook schaamte voelt, ook al is daar absoluut geen reden voor.
    Ik deed aan atletiek als kind. Op mijn 13-de ging ik de zomer gaan lopen op de rustige straatjes tussen de velden. Plots steekt een gast op zijn fiets me voorbij, zet zijn fiets wat verder tegen een boom en steekt zijn broek af op het moment dat ik dichterbij kwam. Ik begreep niet wat er gebeurde maar ik voelde dat het niet koosjer was. Dus als de bliksem rechtsomkeer gemaakt en naar huis gerend. Mijn moeder had onmiddellijk gezien dat er wat scheelde en kon uit mij sleuren wat er gebeurd was. Ze is onmiddellijk met mij naar de veldwachter gestapt. Nadien heeft ze mij ook uitgelegd dat dit een exhibitionist was en dat wat er gebeurd was op geen enkele manier aan mij lag. Voor deze assertieve reactie ben ik haar eeuwig dankbaar. Want er waren nog exhibitionisten en ik heb altijd klacht ingediend.
    Ondertussen ben ik de 50 voorbij en sedert vele jaren bespaard gebleven van grensoverschrijdend gedrag door mannen, godzijdank. Tot vorig jaar. Een nieuwe job en ik merk plots op dat een mannelijke collega zichzelf regelmatig lijkt te betasten in mijn aanwezigheid. In eerste instantie probeer ik het nog als onschuldig te zien (een tic, verkeerd soort onderbroek,…). Maar het gebeurt een aantal keer dat hij voor mijn bureau staat, met zijn kruis op ooghoogte wanneer ik zit en hij staat, en de hand gaat geen fractie van een seconde maar verschillende seconden en dat terwijl hij me recht in de ogen kijkt. Stilaan daagt het mij dat dit met opzet gebeurt. Het duurt nog even voor ik de moed heb om naar Human Resources te stappen, ik ben uiteindelijk nog maar een paar maanden aan het werk op die plek. Uiteindelijk doe ik het toch na het zoveelste incident. In eerste instantie krijg ik de boodschap dat ik hem erover moet aanspreken. Ik weiger dit omdat ik het niet tot mijn jobbeschrijving behoort mannen aan te spreken over hun geslachtsdelen. Als de collega uiteindelijk ondervraagd wordt over zijn gedrag is het kot te klein. Hij dreigt met een rechtszaak, zegt dat ik hem valselijk beschuldig, eist schriftelijke excuses van mij. Eist dat hij niet meer met mij moet samenwerken (net wat ik dus al gevraagd had dus hij draait alles om en doet alsof hij het slachtoffer is – voor mij overigens een bewijs van het feit dat ik wel degelijk goed gezien had dat zijn gedrag opzettelijk was). Human Resources en mijn directe baas zetten mij onder druk om excuses aan te bieden, wat ik weiger. Ik zeg ook dat als ik nog met hem in dezelfde dienst moet werken, ik ziekteverlof zal nemen. Dat heeft effect. Zijn contract wordt niet vernieuwd, zogezegd om budgetaire redenen. Ik moet wel tot zijn contract afloopt nog in dezelfde dienst blijven werken. Ik heb ook de indruk dat hij mensen verteld heeft dat ik hem buitengewerkt heb, weet het niet zeker, gewoon mijn gut feeling.
    De zaak is tot op zekere hoogte opgelost, binnen afzienbare tijd zal hij er niet meer zijn. Toch zit ik nog met een slecht gevoel omdat mijn baas en Human Resources zo slap hebben gereageerd. Ik denk dat mijn baas me in feite nog altijd niet echt geloofd. En dan begin ik me af te vragen of ik niet beter een verborgen camera had gebruikt zodat ik aan iedereen kon laten zien wat ik heb moeten aanschouwen.
    Ik geef ook toe dat ik waarschijnlijk te lang de confrontatie uit de weg ben gegaan en ergens hoopte dat het wel zou stoppen op een bepaald moment. Ik heb eerlijk gezegd niet altijd de energie om deze strijd aan te gaan… En ik denk dat veel vrouwen dit gevoel hebben.
    I

  • Kristel

    Betreft verhaal van de metro in Londen: zo mooi, hartverwarmend ook om zulke ervaringen ook te kunnen lezen, dank je wel Timo om dit te delen. Het geeft inderdaad een lichtpuntje om ons aan op te trekken, naast de moeilijke ervaringen die zo veel mensen hier hebben mee gemaakt. Het is mooi dat beide hand in hand kunnen gaan: het delen en erkennen, bewustmaking rond dingen die misgaan, maar daarnaast ook het mooie in elke mens te kunnen blijven zien en hoe ontroerend dit dan kan zijn.

  • Timo van Esch

    *Whoosh*
    Om misselijk van te worden, al die verhalen.
    Ik voel met jullie mee, dames. Al kan ik mij de pijn en de vernedering maar nauwelijks voorstellen. Wij zijn ooit, helemaal ontheemd en verward, van een zwembadfeest vertrokken, om dat er -in onze ogen- een groepsverkrachting had plaatsgevonden -of plaats vond-. Iets heel raars, in elk geval. We hadden er geen zicht op en wisten ons er geen raad mee. We waren 18, 19 jaar.

    Of: een meisje van 12, verkracht op de kermis. De volgende dag zijn de daders op de trein gezet… 🙁
    De machteloosheid is wat mij het meeste deert; het niet in staat -geweest- zijn om dit soort misstanden te voorkomen. Tot op de dag van vandaag probeer ik elke vorm van -goedbedoelde- schunnigheid te pareren met het tegendeel: de man als slachtoffer, de man die vernederd wordt.

    Wellicht uit de toon, wellicht om een beetje van het wantrouwen te herstellen.
    Iedereen weet dat niet elke man zo is. Helaas worden we er vaak wel op afgerekend.

    Daarom een kleine anekdote als tegenwicht, om ook de andere kant te belichten.
    Als het misplaatst is, dan is het dus een verwijderbare reactie 😉

    Hoe oud was ik?
    Ik gok dat ik 22, 23 was.
    Alleen op reis in London.
    Op doortocht in een overvolle metro.

    Ik sta, wegens plaatsgebrek, en zie een prachtige jongedame voor mij zitten.
    Ik kijk haar aan en kan niet loslaten. Zij ook niet.
    Ik wil mij schamen; “mag niet kijken, mag niet kijken!”, maar helaas, dovemansoren.
    Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat zij precies hetzelfde voelt.
    Een zachte, stiekeme glimlach, een zacht en veilig gevoel maakt zich van mij meester.
    Het wordt licht in mijn hoofd, terwijl we elkaar diep, diep en heel lang in de ogen staren.

    Geen idee hoe lang het duurde; het kan geen 4 minuten geweest zijn. Het voelde alsof mijn hoofd was ontploft, op het moment dat ik op mijn halte aankwam, mij met/voor/via & van mijn ogen moest verontschuldigen en uitstapte. Vederlicht heb ik de rest van de dag door London gewandeld…

    Dat was zó een schone ervaring; haar zal ik nooit meer vergeten!

  • joke

    … omdat het therapeutisch werkt… nog een verhaal

    met de verhalen van andere vrouwen en meisjes te lezen wordt mijn inwendige doos van Pandora geopend. Ik loop al enkele dagen met een wee gevoel in mijn maag rond… Er komen vele vergeten, onaangename herinneringen terug… maar schrijven helpt, zeker als we met zovelen blijken te zijn…

    28 jaar, putje winter… kerstmarkt in Brussel

    Gezellige drukte, warme sfeer, genietend van de kraampjes met kerstprulletjes met t lief aan de arm… Ik krijg telefoon van mama, ze klinkt zeer ernstig. Ik wurm me uit de drukte en zet me opzij om te horen dat papa terminale kanker heeft… de grond zakt onder mijn voeten… tegelijkertijd pakt een onbekende man me vast, duwt me tegen een muur en betast mijn borsten en lijf… ik roep in de telefoon, hoor mama wenen en ben totaal van de kaart… Het lief komt aangesneld, zijn ogen schieten vuur… ik heb hem nog nooit zo kwaad gezien…. Ik zak ineen en ben het eerste kwartier bezig met mijn lief te kalmeren, alvorens ik kan laten doordringen welk nieuws ik heb gehoord… de onbekende man is al lang gaan lopen en is eerlijk gezegd het laatste van mijn zorgen… tot de herinnering dit weekend weer bovendreef… vooral die stomme grijns die op zijn gezicht plakte…

    diezelfde vettige grijns komt terug wanneer ik enkele jaren daarvoor op een marktje op vakantie een schilderijtje koop, en door de verkopen bij de borsten vastgenomen wordt… totaal onverwacht en zonder aanleiding…

    je laat los… om verder te gaan…
    maar op dit moment heb ik meer zin om in één van die vetzakken hun ballen te slaan…
    (en dat rijmt nog ook! 🙂

  • Storm

    Fuck zeg, als man valt mijn mond steeds verder open bij het lezen van alle verhalen hier. Ik wist wel dat het gebeurde, maar zo vaak, zo veel. Niet éénmalig op de verkeerde plaats op het verkeerde moment, maar constant. Eerlijk: Ik zie het zelf amper gebeuren, dat wil nog niet zeggen dat het niet gebeurt. Misschien vertoef ik in de “verkeerde” kringen, kom ik op de “verkeerde” plaatsen. Of misschien let ik er gewoon niet op of valt het niet op welke impact zogezegd onschuldige dingen kunnen hebben.

    Ik let er soms wel op, dat ik niet bedreigend over kom. Zoals ’s nachts een vrouw voorbij steken zodat ze niet het gevoel heeft dat ik haar volg, of net trager stappen zodat er meer afstand ontstaat, of een andere route volgen. Afstandelijk doen (want een praatje slaan kan verkeerd over komen), enzoverder. Jammer eigenlijk dat het zo “moet” omdat er nog steeds heel wat idioten rondlopen die met hun hormonen geen blijf weten en respect en integriteit niet in hun woordenboek hebben staan.

    Ik denk dat heel wat mannen er ook niet bewust van zijn wat hun gedrag teweeg brengt. Het is soms allemaal wel speels of grappig bedoeld, maar er worden wel steeds grenzen overschreden. Als man zit je vaak in een soort machtspositie omdat je vaak fysiek sterker bent (of lijkt!) dan een vrouw en, in het achterhoofd houdend dat heel wat vrouwen al onaangename ervaringen hebben gehad, kunnen heel wat zaken die onschuldig lijken totaal anders over komen.

    Ik vind het verschikkelijk dat ik dit anno 2015 nog moet zeggen, maar ergens ben ik blij dat ik twee zoontjes heb en geen dochters. Dat zij -hopelijk- van dit alles bespaard zullen blijven. Dat ik ze als ze ouder zijn met een geruster hart ’s nachts naar huis kan laten komen dan mochten het dochters zijn. Belachelijk eigenlijk dat je anno 2015 nog zo moet redeneren.

  • bien

    Het is niet oké om reeds vanaf je achtste steeds een paraplu mee te willen nemen naar buiten uit angst om “meegenomen” te worden nadat een poging daartoe een paar weken ervoor, gelukkig nèt op tijd verijdeld werd door mijn opmerkzame vader.
    Het is niet oké om op je dertiende (!) bij terugkomst van een fijne namiddag zwemmen, in de donkere gemeenschappelijke keldergang van het appartement waar je woont, ruw en bruut verkracht te worden door de meerderjarige zoon van de bovenburen.
    Het is niet oké om niet geloofd te worden, het is niet oké om er nooit over te mogen praten, het is niet oké dat de dader hiervoor nooit gestraft werd of op een andere manier tot orde werd geroepen.
    Het is niet oké om als prille twintiger op je werk geconfronteerd te worden met een manager die geen kans onbenut laat je te betasten, te kussen, te dwingen tot méér.. Gelukkig werd ik deze keer wèl geloofd en volgde er een ‘ontslag dwingende redenen’ voor de geweldenaar die vervolgens een rechtszaak aanspande waardoor ik jaren later hoogzwanger alsnog keer op keer mijn schrijnende verhaal “mocht” doen..
    Het is niet oké om nog steeds dat wee gevoel van angst te hebben, het is niet oké om altijd op je hoede te moeten zijn, het is niet oké om jarenlang therapie te moeten volgen teneinde niet kopje onder te gaan, het is niet oké om mannen te wantrouwen terwijl het verdomme veel vaker nièt niet dan wèl nodig blijkt te zijn..
    Het is niet oké dat ik doodsbang ben dat mijn dertienjarige dochter misschien hetzelfde zal overkomen,
    het is niet oké dat ik reeds op zeer jonge leeftijd mijn onschuld, oprechte verwondering & liefde voor het leven, bijna helemaal verloor..

    Is het dan niet oké dat ik een vrouw ben? Nooit helemaal vrij?

  • Anoniem

    16 jaar: Ik geef voor het eerst leiding. De groep is nog maar een jaar samengesmolten naar een gemengde jeugdbeweging. Wanneer een jongetje iets verkeerd doet en ik hem hierop aanspreek zegt hij “ik luister niet naar meisjes” en loopt verder. Een andere moni zegt dat ze zich nog moeten aanpassen aan de nieuwe situatie.

    16 jaar: Ik ben als enigste meisje mee op leidersweekend. We zitten op de trein en de oudere jongens proberen de jongere uit te dagen om een vrouw op de kont te slaan als ze passeert. Deze jongen doet dit tot groot jolijt van iedereen. De vrouw kijkt woest voor zich uit maar moet afstappen dus loopt door. Ik durf er niets van zeggen. Na een avond kroegentocht durf ik niet slapen, bang dat ze iets met mij zouden uitsteken.

    16 jaar: We zijn op kamp. We hebben open groepsdouches waarvan de deur niet op slot kan. Op een avond hoor ik enkele mannelijke moni’s opscheppen wat ze allemaal in de douche hebben gedaan (Een jongen had een andere jongen ongewenst geswaffeld, iemand had alle kleren uit de douche genomen en verstopt ed) Ik durf de rest van de week niet meer te douchen zonder mijn badpak aan.

    17 jaar: We spelen slapende beer. Ik lig als beer op de grond met mijn ogen toe. Iemand port in mijn borsten, de volgende port ook in mijn borsten, en degene daarna port me in het kruis. Ik reageer steeds dat ze dit moeten stoppen. Pas bij de vierde persoon hoor ik de andere moni zeggen “degene die dat nu nog eens doet mag aan de kant gaan staan! We doen dit hier niet!”

    17 jaar: we gaan gaan zwemmen. Na het zwemmen kleden de meisjes en jongens zich apart aan. Ik ben moni en heb al mijn kleren aan. Enkele jongens proberen steeds weer de deur van de meisjeskleedkamer open te trekken. Ik zeg hen dat ze dit moeten stoppen en zich moeten omkleden. Ze blijven verder doen en houden pas op als ik de deur op slot doe. En moet dan de deur bewaken zodat meisjes die nog van het zwembad komen binnen kunnen zonder dat de jongens hen lastig vallen. De mannelijke moni’s doen niets.

    18 jaar: We spelen schipper mag ik overvaren, ik loop over. Een jongen van 8 jaar roept “Haha haar borsten wiebelen!” Iedereen lacht, inclusief alle mannelijke moni’s. Wanneer ik met een andere vrouwelijke moni hierover praat zegt ze “jah daarom moet je dus een sportbh aandoen é”

    20 jaar: We spelen dikke berta ik blijf nog als enige over en loop. Ik kom aan aan de overkant en dan pas hoor ik iedereen lachen. Ik kijk verbaast. Een mannelijke moni fluistert me (eigenlijk mijn borsten) toe “haha, ze waren allemaal naar je borsten aan het kijken… tja jongens é.”

    23 jaar: Ik ben hoofdmonitor op een speelplein. De kinderen doen opdrachtjes. Op een gegeven moment komt een jongen van 10 mij op de kont slaan. Wanneer ik hem verbouwereerd aankijk en vraag waarom hij dit doet, antwoord hij met schaamrode wangen “Maar het moest van de moni” en loopt vlug weg voor ik nog iets meer kan zeggen. Ik ga een discussie aan met de desbetreffende moni. Ik vertel hem dat ik dat niet leuk vind dat hij “ga een andere moni op de kont slaan” als opdracht geeft. Ik vertel hem dat ik al helemaal niet wilt dat hij dit soort gedrag aanleert aan kinderen. Hij zegt dat ik niet belachelijk moet doen. Een andere moni geeft me wel gelijk en we eindigen de discussie. Bij de eerstvolgende evaluatie krijg ik van hem te horen dat ik saai en niet leuk genoeg ben om moni te zijn.

    23 jaar: Na een vergadering staan we nog gezellig na te praten. Een jongen zet zich op de grond en verwacht dat de rest volgt wanneer dit niet gebeurt begint hij op mijn dijen te slaan “alé zet je neer” Ik antwoord dat hij van mijn lijf moet blijven en dat ik niet ga neerzitten want ik ga naar huis. Hij blijft slaan tot een andere mannelijke moni hem zegt dat hij mij met rust moet laten. Hij zucht uit “flauwe”

    Ik heb nog zoveel andere ervaringen met onbekenden die mijn naroepen, ongewenst aanraken, achtervolgen of intimideren op straat of op feestjes. Maar ik vind het zoveel erger om geintimideerd te worden door iemand die je kent of waar je mee samen werkt. Die ene creep op straat kom je waarschijnlijk nooit meer tegen maar ik moet wel iedere week terug leiding geven met die personen. Wanneer ik hen hierover aanspreek, ben ik flauw en wordt er niet naar mij geluisterd. Ik word maar sporadisch gesteund door vrouwelijke moni’s. Ik snap volledig dat sommige kinderen hun grenzen nog aftasten in wat ze mogen en niet mogen en wat ze stoer vinden om te doen. Zolang wij als leider dit gedrag kunnen opmerken en kaderen en hen duidelijk maken dat dit fout gedrag is kunnen de kinderen enkel leren uit hun fouten. Maar als de mannelijke leiding dit weg lacht sta ik machteloos.
    Ik durf dit niet op twitter of facebook posten, bang van de reacties.
    #wijoverdrijvenniet

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *