“De geschiedenis leert ons dat vrouwen verdorie altijd al meegeteld hebben”

Mirella Marini is historisch consulent en werkt aan een doctoraat over hoe aristocratische vrouwen hun dynastieke identiteit vormgaven in de 17de eeuw. Het is haar missie om mensen te helpen opnieuw contact te krijgen met hun verleden, en dus, met hun cultuur. En dat leert ons heel wat over het heden. Waarom het tijd wordt dat vrouwen hun agency moeten claimen, bijvoorbeeld. Redactrice Elizabeth ging bij Marini te rade om enkele misverstanden omtrent vrouwen en geschiedenis te ontkrachten.

“For most of history, Anonymous was a woman”, schreef Virginia Woolf. Hoe zie jij dat?
Mirella: “Vrouwen waren niet anoniem! Of anders gezegd: veel vrouwen waren inderdaad anoniem, maar veel mannen waren dat ook. Het is sowieso erg moeilijk om onderzoek te doen naar mensen die ‘geen stem’ hadden in de maatschappij. Dan heb ik het over de levens, de voorkeuren, de liefdes of de tragedies van de mannen en de vrouwen die geen stemrecht hadden; of die niet konden lezen en schrijven en dus geen brieven of andere documenten hebben achtergelaten. Of van mensen die een ondergeschikte rol hadden in de maatschappij. Als je wil weten hoe het leven van een melkmeisje of een landarbeider eruit zag, dan ga je veel moeite moeten doen om documenten te vinden, want de kans is groot dat die mensen nooit iets hebben achtergelaten. Dat is voor vrouwen niet anders dan voor mannen.

“Vrouwen zijn absoluut niet anoniem, alhoewel onderzoek naar vrouwen vaak iets meer moeite vergt van de onderzoeker.”

Die quote van Woolf is wellicht één van de meest geciteerde quotes over vrouwen en ééntje waar ik het eigenlijk helemaal niet mee eens ben. Je kunt die uitspraak trouwens niet los zien van het leven van Woolf zelf, overigens allesbehalve een anonieme vrouw in haar tijd. Helaas duikt die quote te vaak op. Hij wordt gebruikt om van de geschiedenis van vrouwen een relaas van onderdrukking en anonimiteit te maken. En dat doet allesbehalve recht aan het historische belang van een heel aantal vrouwen.

Er speelt in historisch onderzoek wel iets anders mee. Het is zo dat veel materiaal dat door vrouwen is achtergelaten, ofwel nog niet ontdekt of nog niet onderzocht is (en dat geldt voor verbazend veel archiefmateriaal), ofwel geklasseerd is als zijnde onbelangrijk.”

Waarom werd het materiaal dat vrouwen achterlieten als onbelangrijk weggezet?
“De informatie die je in veel archieven van vandaag terugvindt, is geklasseerd of geordend (geïnventariseerd) in de tweede helft van de 19de eeuw. Dat is eigenlijk het moment dat de geschiedenis als vak of als wetenschap werd geprofessionaliseerd. Toen werden er allerlei regeltjes opgesteld van hoe je eigenlijk aan historisch onderzoek moest doen. Het is ook het moment waarop het beroep van de archivaris werd geprofessionaliseerd. Die archivaris bepaalde welke documenten er in een archief werd bewaard en hoe die informatie toegankelijk werd gemaakt.

En daar zie je dat de vooroordelen van die personen nog steeds mee bepalen welke informatie wij tot op de dag van vandaag te zien krijgen. Helaas is het zo dat heel veel materiaal dat van vrouwen kwam, systematisch werd geklasseerd in ondergeschikte bestanden of gewoonweg niet werd geklasseerd. In de 19de eeuw deden vrouwen niet rechtstreeks aan politiek, omdat vrouwen daartoe niet in staat werden geacht. Veel materiaal is op die manier ondergesneeuwd en zelfs verloren gegaan. Veel documenten wachten nog altijd op onderzoek, ook al gaan archivarissen vandaag gelukkig op een heel andere manier te werk.”

 

Virginia Woolf, 1927. Via Wiki Commons

Is er nu meer oog voor de vrouw in onderzoek?
“Vrouwen werden tot voor kort ook gewoon niet onderzocht. Een respectabel historicus hield zich bezig met serieuze zaken. Politieke of militaire geschiedenis, de geschiedenis van de helden of heersers. Dat was de geschiedenis die werd onderzocht en verteld. En dat sloot heel veel onderwerpen uit. Niet enkel onderzoek naar vrouwen, maar ook onderzoek naar bijvoorbeeld homoseksualiteit heeft erg lang op zich laten wachten. De grootste motor achter genderonderzoek was de feministische golf van de jaren 1970. Toen vroegen heel wat vrouwelijke onderzoekers zich af waarom ze niets vonden over de generaties vrouwen die hun voorgegaan waren. Daarna was het nog even wachten op aantal vrouwelijke historici, zoals Merry Wiesner-Hanks in de VS of Heide Wunder in Duitsland, die grote overzichtswerken hebben geschreven.

‘Vrouwengeschiedenis’ werd later ‘gendergeschiedenis’, waardoor niet enkel noties van vrouwelijkheid, maar ook van mannelijkheid werden onderzocht. Dankzij die drive is er onderzoek gekomen naar een heleboel onderwerpen die voordien onbespreekbaar waren.

Tegenwoordig wordt die lacune hoe langer hoe beter opgevuld. Vrouwen zijn absoluut niet anoniem, alhoewel onderzoek naar vrouwen vaak iets meer moeite vergt van de onderzoeker. Documenten zijn net iets moeilijker te vinden en literatuur waarop je je kunt baseren is net iets schaarser. Maar ook op dat vlak verkleint de afstand.”

Kun je een voorbeeld van een nieuwe aanpak noemen waarbij er wel aandacht is voor de rol van vrouwen?
“Doordat er nu op een andere manier aan geschiedenis wordt gedaan, verschijnen vaak ook spontaan vrouwen. Dat klinkt raar, maar het is letterlijk zo. Zo is hofgeschiedenis een nieuwe manier om politieke geschiedenis te bekijken. Politieke beslissingen werden vroeger alleen gezien als het resultaat van beleid dat werd gemaakt door ‘officiële’ gezagsdragers, politici zeg maar, in hun ‘officiële’ functies. Zo’n beetje alsof je beleid alleen ziet als iets dat in een parlement of in een regering wordt gemaakt. Maar dat is niet hoe vroeger (en zelfs vandaag) exclusief aan politiek werd gedaan.

“Aan zo’n hof liepen er ook vrouwen rond die echte power brokers waren.”

Beleid werd ook gemaakt in de kamer van de heerser aan het hof, samen met een handjevol getrouwen die een speciale toegang hadden tot die persoon en dankzij die toegang veel macht vergaarden. En dan merk je plots dat er aan zo’n hof ook heel wat vrouwen rondliepen die echte power brokers waren. Adellijke vrouwen die dankzij hun status, hun familie en hun eigen politieke intuïtie allesbehalve als anonieme, bordurende dametjes hun tijd versleten in torenkamertjes. Gelukkig begint dat besef hoe langer hoe meer door te dringen.

Ik doe zelf onderzoek naar de dynamiek van identiteitsvorming in adellijke dynastieën en vooral naar de manier waarop vrouwen daar de motor achter zijn. Die vrouwen hebben echt hun best gedaan om te zorgen dat niemand hun naam vergat! Vrouwen zijn dus allesbehalve anoniem. Ze wachten alleen nog vaak op de onderzoeker die hun verhaal mee opneemt in zijn/haar onderzoek.”

Mirella Marini

In jouw werk betoog je dat niet enkel gender en de bijbehorende rechten onderzocht moeten worden, maar ook ‘agency’. Wat is dat precies?
“Activisten, ngo’s, politici, journalisten (‘de publieke opinie’ in het algemeen) hebben de neiging om zich enorm te concentreren op het juridische statuut van de vrouw. Bijvoorbeeld: we spreken over het stemrecht van vrouwen (terecht een mijlpaal in de geschiedenis) en gaan ervan uit dat vóór dat stemrecht er was, vrouwen geen enkele handelingsruimte hadden. In historisch onderzoek is dat een moeilijk verhaal. Als je je enkel concentreert op rechten, dan kom je er inderdaad bekaaid vanaf. Gedurende een hele lange tijd was de vrouw  inderdaad juridisch niet gelijk. Punt. Als je daarvan vertrekt, dan is de enige conclusie die je kunt nemen, dat vrouwen nooit iets te vertellen gehad hebben en niks, maar dan ook niks hebben gedaan dat de loop van de geschiedenis zou kunnen bepalen. Dat is natuurlijk volstrekte onzin.

Vergelijk het hiermee: in ons strafwetboek staat ook dat je niemand mag vermoorden. Dat is ten strengste verboden. Als je enkel afgaat op die wettekst, kan je dus besluiten dat wij een zeer vredelievende maatschappij zijn. Want je mag niet moorden, het staat geschreven in de wet. Nu weten wij allemaal dat er een groot verschil bestaat tussen theorie en praktijk. In theorie mag je niet moorden, in de praktijk gebeurt het maar al te vaak.

In historisch onderzoek vertrekken we daarom niet noodzakelijk van de concrete rechten van de vrouw. Die rechten stonden trouwens ook niet altijd zo duidelijk vast. De gewoonte om wetten in wetboeken te gieten, is vrij nieuw. Eeuwenlang regeerde bij ons het gewoonterecht en dat verschilde vaak van streek tot streek, van stad tot stad. Zo vruchtbaar is die benadering dus niet altijd.

“Agency gaat erom dat je nagaat hoe iemand voor zichzelf een ruimte tot handelen creëert.”

Voor de Franse Revolutie  (1789) werd je belang in de maatschappij  veeleer bepaald door je sociale positie en niet door je gender. In welke maatschappelijke stand, klasse zeggen we tegenwoordig,  je werd geboren, had vaak meer belang dan je gender. Een adellijke vrouw had een pak meer te zeggen dan een mannelijke landarbeider.

Daarom vertrekken we in (historisch) onderzoek vaak van het begrip ‘agency’ (of handelingsruimte). Agency betekent dat je nagaat wat een persoon doet in de gegeven omstandigheden. Het bepaalt hoe een persoon omgaat met beperkingen, beperkingen op het gebied van geld bijvoorbeeld, beperkingen op het gebied van maatschappelijke positie, maar dus ook beperkingen die specifiek te maken hebben met  gender. Het gaat erom dat je nagaat hoe een bepaalde persoon voor zichzelf een ruimte tot handelen creëert, hoe die er toch toe komt om vrije keuzes te maken, ondanks allerlei regeltjes die dat handelen misschien beperken.”

Een club patriotische vrouwen in een kerk. 1793. Cherieux via Wiki Commons

Wat verandert er als je naar agency in plaats van naar rechten kijkt?
“Dat is een enorm vruchtbare benadering gebleken. Plots duikt er dan onderzoek op waaruit blijkt dat vrouwen in harems een sterke politieke macht konden uitbouwen, ondanks het feit dat ze die harem nooit verlieten. Scandinavisch onderzoek ging na hoe vrouwen uit de ‘lagere klassen’ politieke macht vergaarden door petities te organiseren. Power by numbers. Er is (weliswaar disproportioneel veel) onderzoek naar de positie van vrouwelijke heersers – iedereen denkt dan wellicht spontaan aan koninginnen of keizerinnen, bijvoorbeeld de Engelse koningin Elisabeth I – waarbij de theoretisch ondergeschikte rol die deze vrouwen hadden hen niet heeft tegengehouden om de macht stevig in handen te houden (en wereldrijken uit te bouwen).

“Dat vrouwen slechts meetelden toen ze ook juridisch als gelijke werden erkend, is onzin.”

Kortom, dat vrouwen slechts meetelden toen ze ook juridisch als gelijke werden erkend, is onzin. Alleen is onze definitie van maatschappelijk belang enorm verengd tot dat begrip van gelijke rechten. Niet dat ik nu tegen gelijke rechten ben (lacht). Ik ben nogal een hardcore feministe. Maar je mist op die manier een heel belangrijke historische dimensie van het ‘vrouw-zijn’. Bovendien ga ja dan enkel die vrouwen als rolmodel zien, die gevochten hebben voor gelijke rechten, zoals de suffragettes, terwijl er al eeuwenlang vrouwen rondlopen die de wereld stevig op hun kop hebben gezet. Vrouwen zijn niet plots komen piepen in de laatste honderd jaar, we zijn niet plots gaan meetellen omdat we stemrecht hebben gekregen, we hebben verdorie altijd al meegeteld, en vaak in de moeilijkste maatschappelijke context en met behoorlijk wat tegenwind.”

Malala Yousafzai op het Women of the World Festival, 2014. Via Wiki commons

Hoe ziet de wereld er vandaag uit als we het over agency hebben?
“Ik heb het moeilijk met het idee dat we vrouwen enkel zien als politiek actief of belangrijk als ze gelijke rechten hebben. Ik vind dat een beetje paternalistisch. Ergens ga je dan ook de vrouwen van vandaag, waarvan een groot deel nog altijd geen gelijke rechten heeft, beschouwen als van politiek minder belang (of zelfs minderwaardig) dan vrouwen in het westen mét gelijke rechten. Ik heb daar een probleem mee.

Er zijn vrouwen op deze aardbol die geen gelijke rechten hebben in eigen land, maar een pak meer ‘agency’ en politieke macht hebben dan veel vrouwen in België. Ik denk dan spontaan aan Malala Yousafzai, maar er zijn genoeg vrouwen die lokaal actief zijn en enorm veel kunnen doen om hun eigen maatschappij te verbeteren. Soms verbaast het mij ook wel hoe weinig wij vrouwen hier in het Westen eigenlijk doen met onze gelijke rechten. Ik ga mij niet populair maken met die opmerking, maar misschien wordt het tijd dat we wakker worden. Waar is onze agency naartoe?”

Wordt het tijd dat vrouwen, bijvoorbeeld bij de vrouwenstaking van 8 maart, hun agency weer gaan claimen?
“Vrouwen die zich vandaag uitspreken tegen het feminisme, omdat ‘de strijd gestreden is’… Ik word daar kwaad van. Als we toch zoveel bereikt hebben, waarom verdienen vrouwen dan nog altijd gemiddeld 10% minder per uur dan mannen? Op alle vlakken verdienen vrouwen minder dan mannen, tijdens hun loopbaan als werknemer, als zelfstandige, als gepensioneerde. Omdat we niet hard genoeg werken? Wie gelooft dat nog?”

“‘De strijd gestreden!’ Ik word daar kwaad van.”

Kijk naar vrouwen in topfuncties aan onze universiteiten. Er studeren jaarlijks meer vrouwen af. Ze hebben gemiddeld betere cijfers. Er doctoreren gemiddeld iets meer mannen dan vrouwen, maar het verschil is klein. En toch vertaalt zich dat in een professorenkorps dat bijvoorbeeld aan de KU Leuven voor meer dan 80% mannelijk is. 80% van alle diplomaten is man, zelfs met een universitaire afstudeergraad van meer dan 50% vrouwen. En dan moet je nog gaan uitleggen dat het glazen plafond geen fabeltje is. Of dat quota voor vrouwen in Raden van Bestuur van topbedrijven misschien niet overbodig zijn. Ik begrijp dus absoluut niet waarom dat niet doordringt.

We hebben nog nooit zoveel rechten gehad, maar tegelijkertijd doen we er precies minder en minder mee. Gelijke rechten beschermen je trouwens niet tegen discriminatie. Sommige besparingen die de overheid doorvoert hebben een significant grotere impact op vrouwen dan op mannen. Hoe gaan we daar als vrouwen op reageren? Een ‘recht’ is maar een zinnetje in een wetboek. Dat zinnetje is even rap geschrapt als het geschreven werd. Het is wat we daarmee doen dat belangrijk is. We hebben onze rechten, nu wordt het tijd om onze agency te claimen.”

 

Mirella Marini is historisch consulent en werkt aan een doctoraat aan de VU Amsterdam en de Universiteit Antwerpen, over hoe aristocratische vrouwen hun dynastieke identiteit vormgaven in de 17de eeuw.  Eind 2015 verscheen hierover het boek Dynastic Identity in Early Modern Europe. Rulers, aristocrats and the formation of identities (1520-1700) (Ashgate, 2015, dat Marini samen met historica dr. Liesbeth Geevers redigeerde. In 2016 richtte Marini de Belgian Academy of Culture and History op.

Beeld boven: ‘Women’s March on Versailles’, oktober 1789 via Wiki Commons

Heb je zin om je agency te tonen? Op 8 maart, Internationale Vrouwendag, verenigen meer dan 45 landen zich in een International Women’s Strike. Hier lees je hoe je mee actie kan voeren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Zonder jou, geen Charlie

We hebben jou nodig om ons magazine te blijven maken. Kom dus bij de club en krijg:

  • 2 bookzines (nr. 5: voorjaar 2017, nr. 6: najaar 2017)
  • Charlie goodies
  • toegang tot alle online artikels

En natuurlijk het allerbelangrijkste: de wetenschap dat je bijdraagt aan een eerlijk media-initiatief en een stem die nodig is!

Lees Charlie. Deel Charlie. Word Charlie.

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!