Rika Ponnet: “Relaties zijn nu niet slechter dan vroeger”

Het is de meest opvallende demografische ontwikkeling van de afgelopen decennia: we brengen steeds meer jaren door buiten een traditioneel gezinsverband. Dat geldt ook voor redactrice Selma, die 29 is en single. Ze denkt graag na over hoe we invulling zijn gaan geven aan onze relaties ten opzichte van vorige generaties. In de reeks Relaties Anno Nu brengt ze de meest interessante veranderingen in kaart. Illustraties: Stephanie Willems
Er woonden nog nooit zoveel mensen alleen – maar dat neemt niet weg dat de meesten van ons op enig moment in ons leven zullen samenwonen. Welke invloed hebben toenemende individualisering, veranderende genderrollen en nieuwe verwachtingen van de liefde op hoe we samenleven? Aan de hand van drie getuigenissen over moderne relaties, legde ik mijn vragen over ons (samen)woongedrag voor aan Rika Ponnet, seksuologe en relatiebemiddelaar.

Ik versus wij

Ik ben 29 en single. Als je bijna dertig bent wordt er verwacht dat je settelt, maar er wordt tegelijkertijd heel veel van je gevraagd op carrièrevlak. Soms vraag ik me af of ik met mijn levensstijl, zelfs als ik me hard aanpas, wel geschikt ben om samen te wonen. Wat betekent het als ik niet meer de meeste avonden en weekenden aan het werk, of op zijn minst bereikbaar, ben voor mijn werkgevers? Ga ik mijn vrienden nog wel regelmatig zien? Kom ik nog wel toe aan dingen die nu onderaan mijn prioriteitenlijst staan, maar die ik wel belangrijk vind? Ik realiseer me dat een goede relatie tijd en energie vraagt, die ik nu niet heb. Hoe paradoxaal dat ook klinkt, ik wil niet de “vrijheid” verliezen om een uur voordat mijn kantoor opent al snel een artikel te schrijven. Daarom wil ik nu niet samenwonen of een vaste relatie aangaan, ook al weet ik dat ik daarmee veel leuke kanten van samenzijn met een ander misloop. Ik zie dat bij meer leeftijdsgenoten – we zijn in een voortdurende dans verwikkeld met wat de polen van zelfontplooiing, werk en relaties van ons eisen.

Rika Ponnet, fotograaf Ann Dewulf

Nog maar een paar decennia geleden was het gebruikelijk om pas samen te gaan wonen nadat je trouwde. Nu wonen we periodes alleen, of met verschillende partners. Zijn we anders gaan aankijken tegen samenwonen?
Rika Ponnet: “De manier waarop we wonen heeft een hele evolutie doorgemaakt. Onder de generatie van mijn ouders, mensen die nu in de 70 zijn, kleefde er een taboe aan alleen wonen. Tenzij er thuis een conflict was, bleef je gewoon in het ouderlijk huis totdat je ging trouwen. Voor mijn generatie was dat alweer anders. Op jezelf gaan wonen was bijna een statement. Je liet ermee zien dat je autonoom was en voor jezelf kon zorgen.

Tegenwoordig is alleen wonen geaccepteerd, net als samenwonen met iemand die niet je partner of familie is. Met name in de steden vind je samenleefhuizen, woonerven, goede vrienden die samenwonen… Dat is niet alleen een kwestie van veranderende normen. Het is ook een ecologisch en financieel verhaal. Het delen van woonruimte en faciliteiten zoals een wasmachine, is goedkoper en beter voor het milieu. Bovendien durven steeds meer mensen, in het bijzonder twintigers, toe te geven dat ze zich evenwichtiger voelen als er iemand is waar ze bij thuis komen, waarmee ze soms samen eten, waarmee ze een band delen. Dat hoeft niet per se een partner te zijn. Deze vormen van samenwonen worden overigens vaak gezien als tijdelijk, een fase die aan het huwelijk voorafgaat. Want vergis je niet, het huwelijk blijft populair.”

Die acceptatie van alleen wonen en andere vormen van samenwonen gaat hand in hand met een andere ontwikkeling: onze samenleving is meer belang gaan hechten aan het individu. Zijn we in onze tijd van zelfontplooiing de skills die nodig zijn om samen te wonen aan het verleren?
“Vroeger ervoeren mensen het als een bevrijding om te gaan samenwonen met een partner: het betekende dat je maar één persoon had om rekening mee te houden, in plaats van dat je een huis deelde met (groot)ouders, broers en zussen. Tijdens zijn jeugd deelde mijn vader een slaapkamer, soms zelfs een bed, met vijf broers. Dat was gewoon, je had je maar aan elkaar aan te passen. Het individu was ondergeschikt aan de groep of familie; een vorm van ‘ego-beheersing’ die we nu niet meer kennen. De keerzijde van die nabijheid was dat mensen niet altijd zichzelf konden zijn.

Zelfontplooiing is belangrijk, maar samenzijn met anderen geeft evengoed betekenis aan ons leven.

Vandaag zitten we aan de andere kant van dat spectrum. We hebben op allerlei vlakken veel vrijheid, maar de keerzijden daarvan zijn eenzaamheid en gebrek aan solidariteit. Ik merk in mijn praktijk dat dat existentiële vragen oplevert. Mensen vertellen me dat ze kunnen gaan en staan waar ze willen, cursussen volgen, reizen… maar dat ze niemand hebben om dat mee te delen. ‘Waar doe ik het eigenlijk allemaal voor?’ is een vraag die vaak terugkeert. Het is niet omdat we de vrijheid hebben om alles alleen te doen, dat we ook op die manier ons leven moeten invullen. Zelfontplooiing is belangrijk, maar samenzijn met anderen geeft evengoed betekenis aan ons leven en is óók een aspect van zelfontplooiing.

De belangrijkste verandering is volgens mij dat we vroeger niet anders konden dan samenwonen met en rekening houden met anderen, terwijl we nu de vrijheid hebben om dat wel of niet te doen, en ervoor kiezen omdat het ons gezond houdt. Dat betekent overigens niet dat het gemakkelijk is om je leven met een partner, en eventueel kinderen, uit te bouwen.

Hij versus zij

Sofie (39) is single en moeder van twee tienerdochters. “Na mijn scheiding kreeg ik een nieuwe relatie met een man die ook kinderen had. Maar al snel dook het klassieke probleem op: hij verwachtte dat ik meer in het huishouden deed dan hij. Ik begreep daar geen snars van, want hij had er ook jaren alleen voorgestaan. Hij wist toch wat het was om voltijds te werken, je kind een gebalanceerde maaltijd te geven en dan nog de woonkamer op te ruimen als de kleine in bed lag? En dan heb ik het zelfs alleen nog maar over de weekends, want ik ben nooit met hem gaan samenwonen. Na mijn scheiding duurde het lang voordat ik weer op eigen benen stond, dat wilde ik niet zo snel weer opgeven. De manier waarop de rolverdeling tijdens die weekends met mijn nieuwe vriend was, was voor mij een reden om niet samen te gaan wonen. Zoveel kleine dingen werden meteen een discussie: waarom slapen we steeds in jouw huis als het mijne dichter bij de school is? Waarom heb ik jouw ouders al ontmoet en jij de mijne niet? Onnodig om uit te leggen dat het misging.”

Genderrollen lagen decennialang vast en het was duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk was binnen een gezin. Nu verschuiven die rollen, maar uit Brits onderzoek blijkt dat vrouwen nog altijd 60% meer onbetaald werk – in het bijzonder huishoudelijk werk – doen dan mannen. Vormt dat een probleem binnen heteroseksuele relaties?
Rika Ponnet:
“Binnen een evenwichtige relatie vinden koppels daar meestal samen een modus vivendi in. Als het niet lukt om compromissen te sluiten over huishoudelijke taken, wijst dat vaak op een dieperliggend probleem. Terugkerende ruzies over de man die de vaatwasser niet uitruimt, hebben bijvoorbeeld als oorzaak dat de vrouw vindt dat de man onvoldoende betrokken is bij het gezin. Het gaat om macht: je ziet ook vandaag nog dat mannen een groter vermogen hebben om de dingen op hun manier geregeld te krijgen, terwijl vrouwen zich sneller aanpassen. Dat is niet heel verwonderlijk. Genderrollen zijn aan het evolueren, maar we komen uit een tijd waarin vrouwen geleerd kregen dat ze in de eerste plaats dienstbaar en zorgzaam moesten zijn. Dat we onze kinderen nu met andere ideeën grootbrengen, betekent niet dat die erfenis zomaar verdwijnt. Dat heeft tijd nodig.”

Gender is een veel minder bepalende factor dan socialisatie. Mannen en vrouwen lijken meer op elkaar dan we lang dachten.

Ben je hoopvol dat we dat evenwicht gaan bereiken?
“We moeten daar niet hypocriet over doen: ik ben ervan overtuigd dat geen enkele vrouw het als een vorm van zelfontplooiing ziet of er gelukkig van wordt om dag in dag uit te wassen en kuisen, tenzij ze dat beroepsmatig doet en ervoor betaald krijgt. Binnen een gezin komt het iedereen ten goede als saaie klussen eerlijk verdeeld worden. Het is niet alleen dat: ik ben er zeker van dat gelijkheid op de werkvloer er pas zal komen als er ook op het thuisfront een gelijke verdeling is.

Ik geloof niet dat je zoiets op heel korte termijn kunt veranderen, mannen én vrouwen hebben tijd nodig om die evolutie te kunnen maken. Het gaat gelukkig vooruit. In mijn praktijk spreek ik zowel twintigers als zeventigers, en dat is een wereld van verschil. De veranderingen op het gebied van genderrollen zijn bijna revolutionair te noemen, dat hadden zelfs sociologen twintig jaar geleden niet durven voorspellen. Het bevestigt ook dat gender een veel minder bepalende factor is dan socialisatie. Mannen en vrouwen lijken meer op elkaar dan we lang gedacht hebben.”

Verwachtingen versus realiteit

Stijn (33) woont samen met zijn vriend, na vijf jaar alleen gewoond te hebben. “Als je elkaar een paar keer per week ziet voor een date, dan doe je altijd je best om zo goed mogelijk voor de dag te komen. Dat wijzigt als je gaat samenwonen. Je leert elkaars mindere kanten kennen, je weet wanneer je de ander gerust moet laten, wanneer de ander geen gezeur aan zijn hoofd wil. Dat leer je met vallen en opstaan. Je praat ook vaker over saaie dingen. Of de rekeningen betaald zijn. Wat we uit de supermarkt nodig hebben. Wat we morgen gaan eten. ‘Heb je al gestofzuigd?’. Je ziet elkaar meer, maar tegelijkertijd moet je meer moeite doen om nog quality-time te hebben. Mijn vriend en ik hebben daarom elke week een date night om die sleur te doorbreken. We gaan dan naar de film, uit eten of nodigen vrienden uit… Samenwonen is een inspanning, maar die levert ook iets op: het is ontzettend fijn om bij iemand jezelf te kunnen zijn en je thuis te kunnen voelen bij elkaar.”

In het boek ‘Erotische intelligentie’ adviseert relatietherapeute Esther Perel een koppel om weer apart van elkaar te gaan wonen, terwijl ze nog maar kort samenwonen. Ze zijn gelukkig met elkaar, maar hebben geen seks meer. Volgens Perel is de aantrekkingskracht weg omdat ze elkaar te goed kennen. Tegenwoordig verwachten we dat onze partner zo dicht mogelijk bij ons staat, onze soulmate is. Bestaat er inderdaad zoiets als te dicht bij elkaar komen?
Rika Ponnet: “Onder seksuologen zijn daar twee gedachtestromen over. Enerzijds is er het idee dat als partners elkaar emotioneel te na komen, dat een bepaalde seksuele spanning wegneemt. Anderzijds is er het besef dat een gezonde, hechte band met een vaste partner juist ook seksuele vrijheid geeft. De vraag is dus eigenlijk: begint verlangen vanuit spanning en het niet kennen van de ander, of juist uit diep vertrouwen in de ander dat je veel vrijheid geeft om jezelf te zijn en samen te experimenteren?

Ik ben geneigd te denken dat dat grote vertrouwen om met veel creativiteit een gezond seksleven op te bouwen, wel belangrijk is. Dat denk ik onder meer omdat ik veel singles spreek die losse seksuele contacten hebben met mensen die ze niet kennen. Vaak geven ze aan dat dat op termijn niet heel bevredigend is en een leeg gevoel achterlaat. Als je met iemand vertrouwd bent en er veel bespreekbaar is, geeft dat vaak betere resultaten dan die afstand en dat onbekende. Maar onder seksuologen is daar veel discussie over.”

Het populairste boek over relaties is op dit moment ‘Weg van liefde’ van filosoof Alain de Botton. Volgens hem bestaat de perfecte partner niet en is iedereen een beetje de verkeerde. En moeten we onze grote romantische verwachtingen bijstellen: met een partner samenleven bestaat meer uit compromissen en sleur, dan uit etentjes bij kaarslicht.
“Ik betwijfel of we echt te hoge romantische verwachtingen hebben. Koppels komen niet bij mij omdat ze hun relatie aan een romantisch ideaal afmeten en daar ontevreden van worden. Mensen willen de sleur er best bij nemen, is mijn ervaring. De kern van de relatieproblemen die ik tegenkom in mijn praktijk, is dat mensen elkaar kwijt zijn of zich eenzaam voelen binnen een relatie. Ze vragen zich af of ze zo wel verder willen. Vroeger was er weinig andere keus dan te blijven, vandaag de dag hoeven we dat niet meer uit te zitten.

We kampen niet met te hoge verwachtingen, we hebben gewoon meer mogelijkheden.

Dat is een dilemma waar mee geworsteld wordt, maar tegelijkertijd is het ook een luxe. Het betekent dat we niet meer in miserabele relaties hoeven te blijven. We hebben nu de keuze om te scheiden. Want in tegenstelling tot wat er in de boodschap van de Botton doorschemert, namelijk het idee dat relaties vroeger beter waren dan nu, verlopen relaties tegenwoordig anders. Niet beter, niet slechter, maar anders. We kampen niet met te hoge verwachtingen, we hebben gewoon meer mogelijkheden.

Juist dat romantische ideaal waar de Botton op afgeeft, is iets wat nièt zo snel zal veranderen. Dat is een diep menselijk verlangen – we maken niet voor niets al eeuwenlang muziek, literatuur en theater over romantische liefde. We mogen ook best wegdromen bij romantische avonturen, wetende dat de realiteit iets anders is. Mensen zullen altijd blijven dromen, en dromen zijn niet de reden dat mensen scheiden.”

De volgende keer: hoewel een groot deel van de huwelijken strandt, blijft het huwelijk populair. Willen jongeren nog wel trouwen?

Lees de hele reeks Relaties Anno Nu hier
Illustraties: Stephanie Willems

 

vlaanderen-verbeelding-werkt_lowresDit artikel kwam tot stand met steun van een projectsubsidie Mediabeleid van het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media, Afdeling Cultuur en Media.
2 reacties
  • Ruth says:

    Zeer goed artikel Charlie!
    Rika Ponnet is altijd haar trouwe zelve: genuanceerd, observerend, helder, niet polariserend.
    Prima leesvoer voor jong en oud. Ik laat jullie nog weten wat mijn jonge (18 en 20) er van vinden…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Zonder jou, geen Charlie

We hebben jou nodig om ons magazine te blijven maken. Kom dus bij de club en krijg:

  • 2 bookzines (nr. 5: voorjaar 2017, nr. 6: najaar 2017)
  • Charlie goodies
  • toegang tot alle online artikels

En natuurlijk het allerbelangrijkste: de wetenschap dat je bijdraagt aan een eerlijk media-initiatief en een stem die nodig is!

Lees Charlie. Deel Charlie. Word Charlie.

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!