Why we must cast spells. Van liefde.

Op 12 april organiseerde Murielle Scherre een casting dag in haar La Fille d’O winkel in Antwerpen. Ze zocht modellen om meer variatie te tonen in schoonheid, maar ze kreeg veel meer dan dat. Foto’s: Aultre ne veulx estre

Dagelijks doe ik het. Kijken. Het lijkt vanzelfsprekend, maar ik ken maar weinig zintuigen zo wispelturig als de menselijke blik. De logica lijkt zoek. Als je de kleur rood mooi vindt, waarom vind je ze dan mooi op iemand anders en niet op jezelf? Zo ook onze blik op het menselijke lichaam. In het beste geval zijn we liefdevol in het kijken naar andere lijven, maar voor ons eigen lijf zijn we meedogenloos. We lijken wel nooit genoeg. Nochtans zijn we, willen of niet. En voelen we ons minstens even dikwijls te veel of te luid of te groot. Ik verbaas me over de ravage die die tweestrijd kan aanrichten in een lichaam: hoe kan iemand tegelijk te veel en te weinig zijn. Te luid edoch zoekende naar een eigen stemgeluid.

Geen betere plaats om te beter te begrijpen dan door te beginnen bij jezelf. Ik heb, of had, een soort Godzilla-complex. Ik loop meestal met gebogen schouders, alsof ze mijn hart moeten beschermen. Als ik mensen knuffel, dan buig ik me voorover. Ik ben reuzesterk. Ik houd ervan als iemand me ‘meisje’ noemt – niet omdat ik me dan jonger voel, wel omdat ik me dan behapbaar voel. Compact genoeg om geliefd te zijn. Een handjevol en niet langer a handful.

Na vijftien jaar la fille d’O was het tijd voor een nieuwe website. Ik maak een vernieuwend product en ik heb ondervonden dat ik over de hele lijn een vernieuwende aanpak moet uitdokteren om dat product te vermarkten. De oude structuren in de modesector zijn gedemodeerd en over de invloed van het wereldwijde web verbazen surfers zich nog dagelijks. We kunnen bijna communiceren via gedachtengolven en tegelijkertijd waren we nog nooit zo alleen.

Onze moeders vertellen niet meer. Het kampvuur is gedoofd, de cirkel der wijzen vervaagd en vergeten. Naar de kerk gaan we al lang niet meer, we doen het zelf wel. We hebben gevochten voor nieuwe vrijheid en nu we ze hebben, geraken we bedolven onder onze oude taken en onze nieuwe, veelbelovende mogelijkheden. We doen aan yoga en claimen schoorvoetend schaamteloos onze personal space en eens we ze de onze gemaakt hebben vullen we de leegte angstvallig met spullen.

Iedere dag zie ik vrouwen rondom me. Veelal zijn ze naakt. Ik kijk naar hun lijf en zoek wegen waar ik lijntjes mag toevoegen zonder dat ik met de lingerie hun natuurlijke schoonheid overdonder. Ik wil hen ondersteunen, niet mismeesteren. Hoe kan ik relevante stukken maken om hun lijf te ondersteunen als ik niet nieuwsgierig ben naar de verhalen die huizen in hun lijven? Hun littekens nodigen me uit om vragen te stellen. Dus ik stelde je de vraag. Tell me, baby, what’s your story? En ik kreeg antwoord.

Ik heb je verhalen gelezen. Eerst was ik onder de indruk van zoveel vertrouwen. Zou ik mijn geheimen durven toevertrouwen aan degene bij wie ik mijn brood haal, vroeg ik me af. Je schreef over onzekerheid en zelfverachting. Over het gebrek aan zelfvertrouwen, over verandering en traag groeien, en de tocht terug naar jezelf. Toen vroeg ik me af wat ik moest doen met al die verhalen. Alsof er een geschenk in mijn handen werd geschoven dat te groot was. Mijn handen vol handjesvol.

Ik wist wat ik zocht maar ik kon nog niet bevatten wat ik gevonden had. Ik zocht modellen om meer variatie te tonen in schoonheid. Ik zocht rolmodellen om verhalen te vertellen, verhalen over zelfontplooiing en wildgroei en de waanzin om te plooien naar iets zinvol of zinnig. Ik heb me jaren verzet tegen het tonen van oppervlakkige schoonheid, maar ik kwam tot het besef dat ik wel meewerkte aan het bijsturen van die typische male gaze, zonder genoeg te sleutelen aan de formule zelf. Tot ik jouw verhaal kreeg. En dat van jou, en dat van jou.

“Ik pleit ervoor het vat vol te gooien met eigenliefde en wat we over hebben te delen we met de mensen rondom ons.”

Verhalen voeden empathie, en als ik dobber op deze zoveelste golf van feminisme – heeft iemand de tel bijgehouden? –, lijkt het net dat wat we nodig hebben: liefde. Er is genoeg liefde. Ik pleit ervoor het vat vol te gooien met eigenliefde en wat we over hebben te delen we met de mensen rondom ons. We moeten de liefde gebruiken. De liefde aanwenden om ons een stem te geven. Onze armen wijd uit durven te strekken bij het dansen of bestaan in het algemeen. Als we zelf genoeg liefde hebben, hoeven we niet zitten te beknibbelen op de liefde die we opbrengen voor een ander. Iedereen heeft een minimum aan liefde. En laat dat nu net het fijne zijn aan liefde: net zoals energie, gaat liefde nooit teloor. Ze verandert hoogstens van vorm. Dus wees gulzig en voed uzelve.

Eigenliefde maakt ons minder afhankelijk van de liefde van buitenaf. Misschien staat het ons ook toe niet langer over onze grenzen te gaan teneinde die externe liefde te willen bewaren. Het lijkt me fijner om gezamenlijk die golf te nemen, dan in paniek andere vrouwen en hun initiatieven kopje onder te houden. Eens we ontdaan zijn van onze materiële ‘behoeften’ kunnen we zien dat we leven in tijden van overvloed. Wat een warme gedachte, te weten dat de bron van waar we zo naar verlangen, vervat zit in ons binnenste. Het enige wat we moeten doen, is ze blootvoets betreden en ons laven aan de weldaad ervan.

La fille d’O is er gekomen omdat Prozac en therapie nooit maatwerk zijn en omdat ik het vertik me aan te sluiten bij enige vorm van prefabreligie. Maar ik had wel een lead nodig, voor mezelf. La fille d’O doet uiteraard van leentjebuur bij velerlei religies en ik ben niet vies van het occasioneel bestuderen van een sekte. La fille d’O is mijn personal Jesus, een verzinsel waarin ik de beste, slimste versie van mezelf kan projecteren op een vrouw die me voorgaat in het leven. Normaal zou Jezus of Boeddha dat pad voor me verlichten, maar ik vrees dat ik daar te versnipperd nieuwsgierig voor ben, om me volledig thuis te kunnen voelen in maar een stroming. Dat krijg je dan natuurlijk, als je het zelf wil doen en je een gouden kalf maakt met eigen handen. Je neemt je fouten en blinde vlekken ook mee in dat Groter Goed.

Voor mij was het niet anders. Als product van mijn tijd werd ook ik opgevoed om van soit belle et tais-toi te doen. Ik ben 39 en onlangs kreeg ik Een Compliment: iemand vond me een heel intelligente vrouw. Een man zei dat. Onnodig te vermelden dat ik van mijn melk was. Doe ik al jaren aan uitgebreid onderzoek naar hoe mijn lijf eruitziet, gaat iemand plots commentaar geven op dat terrein dat grotendeels onontgonnen blijft: mijn hersens. Ik had er jaren over gedaan om mijn lijf te vriend te maken en te houden en was bijna vergeten hoe dat gekomen was. Dankzij mijn brein. Gedachten incluis.

Ik lees je brieven en ik zie dezelfde consternatie. Ik heb vakliteratuur verslonden en modebladen. Ik zie de butt implants van Madonna op de cover van de roddelbladen, maar ik had haar nog geklasseerd onder moderne rolmodellen. My bad. Media is geen medium meer. Of mij is het althans onduidelijk tussen welke partijen ze dan communicatie voeren. Een recente ontknoping tijdens mijn eigen therapie bracht in hoofdletters dezelfde boodschap: ons uiterlijk is een leeg vehikel zonder het intellect als chauffeur. Een mens durft al eens te lang blijven staan bij het podium waar het meeste applaus weerklinkt…

Kort na de casting werd de campagne ‘Echte Lijven’ gelanceerd. Een oproep tot sensibiliseren van mediamakers. Om de monoloog uit de stereotypen te halen. Als de overheid een dergelijke actie op poten moet zetten, dan ben ik initieel verheugd, om vervolgens dikke tranen over mijn gezicht te voelen rollen. Hoeveel vrouwen werken bij reclamebureaus en modemagazines?

Terug naar jou en jouw verhaal. Ben jij het type (peervormig of eerder vierkant, ik zeg maar wat) dat zich laat vertellen wat ze aan moet en niet en hoe ze haar twee, drie kinderen moet grootbrengen? Nee dat ben je niet, zoveel is me nu duidelijk. Hoe is het dan mogelijk dat de bel 2017 rinkelt en ik nog steeds tips voor de betere blowjob door – euh – mijn strot geramd krijg. Er is geen glazen plafond, er zijn ramen die de zon binnenlaten en de duisternis verjagen.

Ik ben fan van Charlie Magazine, maar waarom zijn zij anno 2017 de uitzondering en niet de regel? Als de regering een oproep moet doen, is het eigenlijk al te laat. Jozefien van Charlie Magazine vroeg me waar ik de energie haal om hier verder voor te strijden. Jozefien, het vechten ben ik al lang moe, maar als ik het zelf doe, dan moet ik niet vechten. Enkel ’s morgens even, tegen de warmte van mijn lakens. Maar als ik dan voor me kijk zie ik een horizon aan mogelijkheden.

Plus size mogelijkheden.

Foto’s: Aultre ne veulx estre

2 reacties
  • Buitenbladje says:

    Super! Blijven strijden, ooit heeft het effect gehad, denk ik dan zelf ook altijd in de moeilijke momenten… Ik ben in elk geval al meermaals door jou geïnspireerd. Merci om er te zijn, met lijf en hoofd 🙂

  • Inge Vanderbiest says:

    Schitterend initiatief en dito artikel!
    Ik voel me erg aangesproken en geraakt door Muriels visie en verhaal.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Zonder jou, geen Charlie

We hebben jou nodig om ons magazine te blijven maken. Kom dus bij de club en krijg:

  • 2 bookzines (nr. 5: voorjaar 2017, nr. 6: najaar 2017)
  • Charlie goodies
  • toegang tot alle online artikels

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!