“Het heeft lang geduurd voordat ik durfde zeggen dat ik een boek geschreven had”

Zita Theunynck over haar debuutroman 'Het wordt spectaculair. Beloofd.'

“Een goeie roman schrijven is op een surfplank een moeras oversteken, in een kano de Veldstraat afvaren, vanuit het zwarte gat de zon van dichtbij zien opgaan. Zita Theunynck heeft met haar debuutroman de surfplank gevonden, de kano ontdekt, en de zon bekeken.” Aldus Herman Brusselmans. Meer reden hadden we niet nodig om met Zita Theunynck te praten over haar debuutroman ‘Het wordt spectaculair. Beloofd.’ Foto’s: Sarah Van Looy

“Het leven zit vol shit en die is vaak emotioneel.” Onder dit motto publiceert Zita Theunynck samen met haar zus Sara Theunynck de reeks Emoshit op Charlie. En Zita heeft nu een boek geschreven: ‘Het wordt spectaculair. Beloofd.’ Een liefdesverhaal vol heftige shit, met als rode draad 23 brieven die kwijtraken op een trein. Met twee even aandoenlijke als grappige personages Leonard en Anna, die allebei niet zo goed weten hoe je het leven aanpakt. Ik sprak met Zita op locaties in Antwerpen die voorkomen in het boek, zoals de Delhaize en de Grote Markt. Over debuteren, waarom literatuur grijs is, het belang van veel eten en het verschil tussen cavia’s en hamsters.

Zita, Charlie-lezers kennen jou van Emoshit. Is Emoshit het begin van alles?
Zita: “Nee, want ik was daarvoor eigenlijk al begonnen aan mijn boek, zo’n drie jaar geleden. Emoshit kwam weer voort uit de blog ’40 dagen zonder twijfel’. Mijn zus en ik deden niet mee aan ‘Dagen zonder vlees’, want we zijn al vegetariërs. We wilden daarom een mentale vasten doen: niet meer twijfelen, want dat doen we veel, en daarover schrijven. We twijfelden natuurlijk of we dat konden volhouden, maar dat lukte. En we vonden het leuk. We twijfelden heel hard of we na deze uitdaging nog meer zouden schrijven, en toen begonnen we Emoshit. Emoshit gaat over hoe je in hemelsnaam het leven moet aanpakken, want mijn zus en ik vinden dat maar moeilijk. Van kleinere kwesties zoals wat je moet verwachten van je eerste gyneacoloogbezoek, tot grote vragen zoals ‘hoe weet ik of ik kinderen wil?’.”

“Soms was ik dat boek kotsbeu en zag ik er niets meer in.”

En al die tijd was je dus al bezig aan je boek. Jij en ik werken in hetzelfde gebouw en gaan vaak als laatsten weg. Toen ik hoorde dat je een boek ging uitbrengen, dacht ik: wanneer heb je dat in hemelsnaam geschreven?
“Ik schreef drie jaar lang op vakantie, in weekends, ’s avonds… Gelukkig zit mijn lief ook graag aan zijn computer, maar toch: veel respect voor hem dat hij mij mijn gang liet gaan. Het ging wat sneller vanaf het moment dat ik 4/5e ging werken. Maar eerlijk gezegd: drie jaar is lang. Soms was ik dat boek kotsbeu en zag ik er niets meer in. Totdat ik een goede schrijfroutine opbouwde en veel geschrapt heb. Het begin en einde van het boek lagen al vanaf het begin vast en zijn nooit veranderd, maar dat middenstuk goed krijgen was een uitdaging. Ik ben gewend kortere teksten te schrijven, maar hoe houd ik een lezer een heel boek lang vast? Ik heb in andere boeken moeten opzoeken hoe je eigenlijk een dialoog schrijft, hoe je dat doet met komma’s en aanhalingstekens, hoe een conversatie eigenlijk begint en eindigt… Sorry vrienden, ik heb daar heel wat weekends mijn hoofd over gebroken terwijl ik eigenlijk bij jullie had willen zijn. Niemand wist ook dat ik een boek aan het schrijven was, tot de zomer van vorig jaar. Het heeft een hele tijd geduurd voordat ik mezelf durfde outen als schrijfster.”

Het boek begint met 23 brieven van Leonard, gericht aan Anna. Anna verliest de brieven op de trein. De brieven blijven doorheen het boek terugkomen, je leest ze dus eigenlijk twee keer. De tweede keer ken je als lezer de personages en de context van de brieven, waardoor ze een heel andere betekenis krijgen. Hoe kwam je op dit idee?
“Het is uit het leven gegrepen. Zeven jaar geleden was ik een half jaar op Erasmus in Frankrijk en toen had ik een boek bij me met daarin brieven van mijn lief. Net als in het verhaal ben ik dat boek op de trein kwijtgeraakt, inclusief brieven. Je kunt je voorstellen dat ik daar keihard om geweend heb en dacht dat ik die brieven nooit meer terug zou krijgen. Door een hele samenloop van omstandigheden en met een beetje geluk, kreeg ik via via de brieven weer terug. Dat vond ik zo mooi dat er een verhaal begon te groeien in mijn hoofd. Zo werd het plot van ‘Het is spectaculair. Beloofd.’ geboren.”

De jonge personages in je boek hebben allebei veel heftige dingen meegemaakt. En ze worstelen met het leven. Toch zit jouw kenmerkende humor door het hele boek verweven.
“Ik houd van die clash tussen het luchtige en humoristische enerzijds en zware thema’s anderzijds. Is het in het dagelijks leven niet ook zo dat er op de donkerste momenten soms het meest gelachen wordt? Het was voor mij belangrijk dat ik een boek zou schrijven waar mensen af en toe om zouden kunnen glimlachen.”

“Een boek lezen is eigenlijk een heel intieme ervaring, waarbij je het boek tot een deel van jezelf maakt.”

Ik heb soms zelfs hardop gelachen, bijvoorbeeld toen er ineens een plaatje van een gordelmol in het boek opdoek. In een roman!
“Er staan drie plaatjes in, waarvan twee keer een plaatje van een gordelmol. Ik weet het, dat is eigenlijk not done, maar dit is wel hoe mensen nu communiceren. We sturen elkaar voortdurend memes en zotte plaatjes. Ook daar heb ik natuurlijk over getwijfeld, maar nu ben ik blij dat de gordelmol het overleefd heeft. Hij zorgt voor de nodige luchtigheid.”

In het boek zegt Anna “De wereld in de literatuur is grijs. En dat is goed, want ik heb jarenlang in zwart-wit geleefd. Grijs is prachtig.”
“Door dit boek te schrijven en de feedback te horen van de verschillende proeflezers, realiseerde ik me dat die acht mensen alle acht een ander verhaal gelezen hebben. Dat is het mooie aan boeken: er blijft zoveel voor je eigen interpretatie over. Je vult zelf in hoe iemand eruitziet, je linkt het aan je eigen ervaringen, ziet er je eigen dingen in. Een boek lezen is eigenlijk een heel intieme ervaring, waarbij je het boek tot een deel van jezelf maakt. Ik heb een jaar een master statistiek gedaan. Daar is iets juist of onjuist, niet meer dan dat. Maar er is zoveel schoonheid in het onaffe. Dat past ook bij de tijdgeest van vandaag: doordat we allemaal zo hard naar perfectie streven, wordt grijs weer mooi. Ik houd zelf van kwalitatieve liefdesliteratuur en wilde doodgraag een goed liefdesverhaal schrijven. Het mocht geen simpele chicklit worden, maar literatuur hoeft ook niet altijd gewichtig en ernstig te zijn. Ik wilde geen zwaar boek neerpennen.”

Hoe wilde je het dan wel aanpakken?
“Ik wilde gewoon een goed entertainend boek schrijven, een beetje als een serie op Netflix. Ik heb zelf bijvoorbeeld enorm genoten van John Greens hitboek ‘The Fault in Our Stars’, dat ik op een nacht uitlas. Zelden heeft een boek me zo ontroerd. Er zit heel veel humor in, ondanks dat het over de dood gaat. In dat boek zijn ook sms- en whatsappberichten afgedrukt. Dat taalgebruik en die communicatievormen zien we zelden terug in boeken, terwijl we er de hele dag mee bezig zijn. Geen wonder dat jongeren weinig lezen. Met ‘Het wordt spectaculair. Beloofd’ wilde ik toch een stukje van de tijdgeest van vandaag vangen.”

“Er zijn veel te weinig jonge, frisse stemmen in de Vlaamse literatuur. Dat vind ik jammer.”

Je zegt dat je geen boek met een boodschap wilde schrijven, maar is het niet al een statement op zich om een boek in deze tone of voice te schrijven?
“Mensen vragen soms ‘waarom zou je in hemelsnaam nog een boek schrijven?!’. Inderdaad: hoeveel jonge Vlamingen debuteren er nog? Er zijn veel te weinig jonge, frisse stemmen in de Vlaamse literatuur. Dat vind ik jammer. Laten we wat meer toegankelijke verhalen brengen in de taal van vandaag, vanuit onze leefwereld. Niet alles hoeft Hugo Claus te zijn. Ik snap ook wel waarom mensen er geen tijd in willen steken, want waarschijnlijk ga je met een boek geen geld verdienen. Maar verdomme, wat moeten de jongeren van morgen gaan lezen? Hier ligt een prachtige kans voor ons, hoeveel mooie en tijdloze literatuur er ook al geschreven is. Ik heb zelf zoveel aan boeken, ik wil dat kunnen doorgeven.”

En daarvoor heb je niet alleen een verhaal, maar ook een uitgever nodig.
“De eerste uitgever die ik het manuscript stuurde, wees het af. Ondertussen had mijn papa het manuscript gelezen en hij zei: ‘GODVERDOMME, jij hebt hier iets goeds geschreven, we gaan dat aan uitgevers blijven sturen totdat eentje het publiceert.’ En toen kwam hij natuurlijk met verwijzingen naar J.K. Rowling en alle andere schrijvers die heel vaak afgewezen waren. De dag voordat ik zou gaan trouwen, stuurde ik het manuscript naar uitgeverij Vrijdag. Een van hun redacteurs ging juist op leesvakantie. Wat een zalige job is dat trouwens! Maar goed, die redacteur belde later op om te vertellen dat hij had moeten wenen toen het uit was. En toen had ik een uitgever voor mijn boek.”

Yes! Dank u, uitgever! En dan nu nog wat trivia. In het boek is een kleine rol weggelegd voor de cavia Ludovic. In februari postte je op Facebook een conversatie tussen jou en je zus over het verschil tussen cavia’s en hamsters. Heb ik het juist als ik denk dat je tijdens het schrijven van dit boek ontdekte dat een cavia en een hamster niet hetzelfde zijn?

 “Mijn zus was een van de proeflezers van het boek. Zij stuurde me ineens een bericht: ‘volgens mij bedoel je helemaal geen hamster, het beest waar jij het over hebt is een cavia! Dat ding is veel te groot om een hamster te zijn!’ Ik dacht: ‘wat?!’ Heel mijn leven meende ik dat dat een en hetzelfde beest was. Toen stuurde ze me dus dat plaatje en kon ik op de valreep van Ludovic een cavia maken.”

“Ik wil de nieuwe generatie vijftienjarige jongens via dit boek laten weten dat vrouwen die eten aantrekkelijk zijn.”

Nog zo’n belangrijke vraag. Het viel me zowel bij Emoshit als in dit boek op: je schrijft vaak over eten. En dan HEEL VEEL ETEN. Anna eet altijd veel, en altijd met smakgeluiden. En Leonard zegt steeds hoe tof hij dat vindt.
“Ik snap niet hoe mensen niet gefascineerd kunnen zijn door eten! Ik weet het, je probeert als schrijver een personage neer te zetten dat niet op jezelf lijkt, maar zoiets is onvermijdelijk. Eten is wat me drijft in het leven! We moeten stoppen met doen alsof vrouwen niet graag eten. Als er een boodschap is die ik met dit boek op de wereld wil loslaten, is het dat wel. Ik wil de nieuwe generatie vijftienjarige jongens via dit boek laten weten dat vrouwen die eten aantrekkelijk zijn. Mijn lief vindt mij ook kei aantrekkelijk als ik zit te eten. Het kan dus allemaal nog! Maar eten, jong, ik kan daar urenlang over praten… Ik kijk ook graag naar wat mensen in hun winkelmandje leggen in de supermarkt. Eindeloos fascinerend. Ook die gewoonte heeft zijn weg in het boek gevonden.”

Als afsluiter de belangrijkste vraag. Waar vond je die gordelmol?
“Ik weet ook niet meer hoe ik bij die gordelmol terechtkwam, ik denk dat die is voortgekomen uit een van mijn urenlange zoektochten door de krochten van het internet. Zo zie je, uiteindelijk leidt alles toch nog ergens toe. ‘Amai, oneindig fascinerend dier’ moet ik een keer gedacht hebben nadat ik weer een uur vergooid had op Wikipedia. Dat is eigenlijk wat schrijven zo mooi maakt: je verliest eens een keer wat brieven op een trein, stuit op Wikipedia op het bestaan van de gordelmol, en uiteindelijk blijkt dat enorm relevant en nuttig te zijn voor het schrijven van een boek. Nergens anders in het leven ben je daar iets mee, behalve in de literatuur. Je ziet, ik heb mijn ding wel gevonden.”

Zeker weten. Lezen dus.

Foto’s: Sarah Van Looy
Het wordt spectaculair. Beloofd. is verschenen bij Uitgeverij Vrijdag. Op woensdag 17 mei wordt het boek voorgesteld op LDV United, aan de Rijnkaai 99 in Antwerpen. Wil je erbij zijn, stuur dan een mailtje naar info@uitgeverijvrijdag.be
1 reactie
  • Profielfoto van AnnAnn says:

    Wat een prachtig diertje die gordelmol (direct opgezocht natuurlijk). Mijn nieuwsgierigheid is gewekt: ik wil dit boek zeker lezen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Zonder jou, geen Charlie

We hebben jou nodig om ons magazine te blijven maken. Kom dus bij de club en krijg:

  • 2 bookzines (nr. 5: voorjaar 2017, nr. 6: najaar 2017)
  • Charlie goodies
  • toegang tot alle online artikels

En natuurlijk het allerbelangrijkste: de wetenschap dat je bijdraagt aan een eerlijk media-initiatief en een stem die nodig is!

Lees Charlie. Deel Charlie. Word Charlie.

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!