Kunstjournaliste en redactrice Annelies Vanbelle fileert elke maand een inspirerend kunstwerk uit de collectie van Kunst in Huis. Ze kiest voor vrouwelijke kunstenaars die, naar eigen zeggen, ook Charlie-fähig werk maken.
‘Boxwood Romance’ (2011) van Veerle Frissen, fotografie, digitale print, 39 cm x 58 cm
Een vrouw zit op een bank in een park. Een park waar een of andere bizarre creatieveling zich botvierde op buxussen. Naast de vrouw zit een man. Neen, het omhulsel van een man. Zij klampt zich vast aan zijn contouren, de binnenkant is hol. Het is duidelijk dat ze verdrietig is, haar hoofd is gebogen en haar dromerige blik verliest zich in het oneindige.
Wat is haar overkomen? Het lijkt of ze zich vasthoudt aan iets wat er niet meer is. Is haar geliefde gestorven? Of is haar gevoel voor hem heengegaan? Is hij misschien met de noorderzon verdwenen?
Kijken naar dit beeld van Veerle Frissen (°1984) roept vele mogelijke interpretaties op. En dat is precies wat de fotografe wil: “Mijn foto’s bevatten verborgen boodschappen. Er zit meer achter dan mensen kunnen zien. Ik hoef niet alles uit te leggen.” Als we aandringen geeft ze toch wat duiding. De foto Boxwood Romance komt uit de reeks Théâtre des Femmes Perturbées, vrij vertaald ‘het theater van de verstoorde of verwarde vrouwen’. In die reeks, gemaakt toen ze nog een twintiger was, verwerkte Frissen het verdriet om een lange relatie die teloorging. “Het gaat over een relatie hebben, en toch vervreemd zijn van degene waarmee je samen bent. Tot de vervreemding totaal is en een breuk volgt. De foto straalt kwetsbaarheid uit. Ik was nog jong, op zoek naar mezelf en onzeker. Nu hanteer ik nog dezelfde thema’s, maar op een meer volwassen manier.”
“Het beeld gaat over een relatie hebben, en toch vervreemd zijn van degene waarmee je samen bent.”
Wat zijn die thema’s? “Ik werk vooral rond de vrouwelijke identiteit. Wie ben ik als vrouw en met welke druk moeten vrouwen afrekenen? Vaak licht ik in mijn foto’s een vrouwbeeld uit, en versterk dit dan, tot het wat overtrokken is en grenst aan het waanzinnige. Maar steeds met een knipoog. Humor zorgt voor de nodige zelfrelativering. Mijn foto’s blijven speels, met een surrealistische toets.”
Wat je hier ziet is immers niet de werkelijkheid. Het is de droevige dagdroom van de vrouw die veruiterlijkt wordt. Emoties en muizenissen die vorm krijgen in één krachtig beeld. De sprookjesachtige sfeer van het tafereel in het buxuspark staat in schril contrast met wat daarachter uittorent: een doorsnee Vlaams dorpsgezicht met een inspiratieloos nieuwbouwappartement. Het is alsof Frissen zichzelf als dromer een beetje te kijk zet: verlies je maar in liefdesverdriet, maar weet dat achter je gekunstelde cocon de echte wereld schuilt. Gij escapist. Gij zwelger in gevoelens. Frissen: “Ik ben inderdaad nogal introvert van nature. Al van kindsbeen af heb ik een rijke fantasie, een eigen wereld waar ik graag in verdwaal. Het is een vlucht uit de soms nare realiteit. De fotografie voelt daarom voor mij ook aan als noodzaak. Ik kan moeilijk zonder.”
Is het een wonder dat ze zo goed als altijd zelf figureert in haar foto’s? Want wie kent haar innerlijke wereld beter dan zijzelf? “Nochtans is dat per toeval zo gelopen”, zegt Frissen, “eigenlijk uit gemakzucht. Om scènes uit te testen poseerde ik zelf. Dat bleek bijzonder goed te werken, dus ben ik dat blijven doen. Ik ken weinig beperkingen en durf veel meer van mezelf te vragen dan ik ooit van modellen zou verlangen. Als ik poseer, word ik een ander, zie ik mijn lichaam als object. Ik associeer de vrouw op de foto’s niet meer met mezelf.”
Die objectivering gaat ver. Van een venus met post-its op de gevoelige zones tot een vrouw die schaamteloos haar rood uitgeslagen, geteisterde kont omhoogsteekt, een melancholische pierrot in een desolaat landschap of in bad, gevioleerde vrouwenlichamen die achtergelaten zijn in het bos of in de sneeuw, een uitzinnige die haar liefdeswaanzin probeert te vergeten door zich vol te vreten met chocolade en ook ja, een vrouw die opdraaft als vogelverschrikker of wasdraadpilaar. Nee, gêne kent Frissen niet. Haar zelfportretten zijn compromisloze uitvergrotingen van de uithoeken van ons gemoed.
“Worden wij vrolijk van het technicolor-universum van Veerle Frissen? Als we eerlijk zijn: jawel.”
Toch roepen haar foto’s niet enkel ongemak op. Naast dit alles zijn ze vooral een plezier om naar te kijken. Dat ligt vooral aan de filmische enscenering en het uitgesproken kleurenpalet. “Vaak denken mensen dat mijn foto’s grondig gefotoshopt zijn. Dat is niet zo. Ik ben een knutselaar en maak zowat alles wat je ziet zelf. Ik manipuleer geen beelden, alles is echt, het enige wat ik doe is de kleuren versterken. Gewoon omdat ik heel graag kleur zie. Ik word er vrolijk van.”
Worden wij vrolijk van het technicolor-universum van Veerle Frissen? Als we eerlijk zijn: jawel. Het is alsof we kijken naar het theater van onze eigen dwaasheden, onze neuroses en hysterietjes, en beseffen dat het allemaal niet zo erg is, after all. Of op zijn minst een conditie waaraan we allemaal wel eens ten prooi vallen. Frivole troost, dat biedt Veerle Frissen met haar gestileerde, bitterzoete beelden. Elke foto is een minzaam glimlachen bij de capriolen van de vrouwelijke geest. Zotte zalfjes voor de ziel.
Schrijf je reactie