Genezen dankzij therapie met xtc

Rachel Hope raakte van haar ptss af dankzij 3 therapeutische behandelingen met mdma

Verwaarloosd en mishandeld door haar hippiemoeder. Seksueel misbruikt door ‘een vriend des huizes’ toen ze vier was. Een vrachtwagen die haar van de weg maaide. Geen wonder dat Rachel Hope (45) jarenlang met post-traumatisch stresssyndroom kampte. In 2005 werd ze een van de eersten om psychotherapie met behulp van mdma – de actieve stof in xtc – uit te testen. Met succes. Deze week tekent Rachel present in Oakland, Californië, op de Psychedelic Science Conferentie van MAPS, een organisatie die wetenschappelijk onderzoek naar psychedelica ondersteunt. Ze helpt nu zelf patiënten die kampen met ptss. Illustratie: Stephanie Willems
Psychotherapie met mdma. Afkicken met ayahuasca uit Zuid-Amerika. Cannabis in plaats van opiaten als pijnmedicatie. Deze week vindt in Oakland, Californië de Psychedelic Science Conferentie plaats. Onderzoekers van over de hele wereld komen er samen om een stand van zaken op te maken over de wereldwijde studies naar psychedelica. Charlie is erbij en brengt een reeks artikelen. In deel 1 en 2 vertelt Rachel Hope over hoe ze van post-traumatisch stresssyndroom genas dankzij mdma (xtc). Wie geïnteresseerd is, kan trouwens ook de live stream volgen (wel letten op het tijdsverschil).

Rachel Hope. Haar naam zegt het helemaal. Hope. Er was altijd een sprankeltje over. Nochtans had het leven haar niet veel te bieden. Echt niet.

Ze werd geboren in 1972 in het zuiden van Californië. Haar vader zag ze nauwelijks, haar moeder had ze niet alle vijf op een rij.

“We woonden op verschillende plekken en gingen van hier naar daar. Soms leefden we in onze van, zoals zigeuners. Ik was ondervoed en had geen deftige kleding om aan te doen. Ik werd verwaarloosd en mijn moeder sloeg me soms. Omdat niemand naar me omkeek, had ik veel vrijheid. Daardoor ben ik inventief geworden. Maar ik was vooral kwetsbaar. En kwetsbare kinderen in de concrete jungle, dat komt niet goed. Op een gegeven moment is mijn moeder gewoon vertrokken. Ze liet me zes weken achter bij een sekteachtige figuur en – voor zover ik het begreep – zijn tweejarige dochter. Ik was toen vier jaar oud. De man was een pedofiel en een sadist. Het werd een nachtmerrie. Hij mishandelde het andere meisje en mij systematisch en manipuleerde ons om niets te vertellen.

Tegen de tijd dat ik mijn moeder terugzag, was ik een ander kind. Wat later, ik was toen zes jaar, heeft ze me – godzijdank – ondergebracht bij mijn grootmoeder. Daar is het goed gekomen met mij. De verkrachtingen, de beatings, de verwaarlozing, ik heb dat allemaal achter me kunnen laten. Mijn grootmoeder was een heel zorgzame vrouw en ik kwam in een heel liefdevolle omgeving terecht.

“Ik geraakte geobsedeerd door de vraag waarom slechte dingen gebeuren bij mensen.”

Maar een paar jaar later liep het fout. Ik was elf toen een vrachtwagen me aanreed. Ik zat op de fiets en het was een wonder dat ik dat ongeval heb overleefd. Ik had een zeer ernstig hoofd- en rugletsel en ben een tijdlang verlamd geweest. Het enige voordeel aan mijn toestand was dat ik enorm veel ben beginnen te lezen. Ik heb boeken verslonden. Ook toen ik weer naar school terug kon, zat ik voornamelijk in de bibliotheek.

In mijn familie waren geen intellectuelen of mensen die actief op zoek gingen naar kennis, maar ik hunkerde daarnaar. Ik had wel new age mensen rond me die het alsmaar hadden over karma. Als iets slecht je overkomt als mens, dan heb je dat aan jezelf te danken. Je zal wel iets mispeuterd hebben in een vorig leven, want je wordt nu gestraft. Als kind kan je dat niet plaatsen. Alles in mijn leven was mij tot op dat moment overkomen en ik had daar helemaal geen schuld aan, maar ik geraakte geobsedeerd door de vraag waarom slechte dingen gebeuren bij mensen en de eeuwige vraag: waarom? Ik werd heel filosofisch. Hoe meer ik las, hoe meer ik dacht dat ik de dingen begreep. Later zou blijken van niet, maar op dat moment meende ik dat ik alle stukjes van de condition humaine had gevonden. Geestelijk was ik vroegrijp.

Ik wist wat ik wilde. I wanted to be on the cutting edge of human potential. Ik wilde presteren. Ik was een autodidact en ben heel vroeg onafhankelijk geworden. Ik ging op mijn veertiende werken voor de Whole Brain Learning Institute, dat het leren met twee hersenhelften promootte. Ik was een nerd en een freak, in positieve zin. Ik stelde veel in vraag en ik wilde verder geraken dan mijn ongeluk en mijn moeilijke eerste levensjaren. Ik wilde sterker zijn dan dat. Mijn slechte ervaringen probeerde ik te slim af te zijn en alle akelige dingen stopte ik zover mogelijk weg. Ik werd een overachiever.

“Mijn slechte ervaringen probeerde ik te slim af te zijn en alle akelige dingen stopte ik zover mogelijk weg.”

Ik geraakte geobsedeerd door het idee dat mensen te weten zouden komen wat mij was overkomen. Ik wilde dat niemand het wist. Als verkrachtingsslachtoffer draag je een stigma. Ze zeggen dat verkrachters zelf ook misbruikt zijn geweest. Ik was bang dat mensen zouden denken dat ik ook een pedofiel zou zijn als ik ooit zou vertellen wat er gebeurd was. Daarom gedroeg ik me zo normaal mogelijk.

Moeder worden was iets dat ik al altijd had gewild. Omdat ik van jongs af zelfstandig was, ben ik er vroeg aan begonnen, met een vriend. Ik was negentien en hij was een man met wie ik samenwerkte. We hadden geen romantische relatie, maar wilden allebei dolgraag een kind. We verhuisden naar Hawaï, waar onze zoon werd geboren in 1991. Ik kon mijn geluk niet op.

Maar zes maanden later was het zover. De crash. Het ene moment kreeg ik te horen dat mijn vader een plotse dood gestorven was – waarschijnlijk zelfmoord – en het volgende moment lag ik in het ziekenhuis. Zo ben ik voor het eerst in aanraking gekomen met de geestelijke gezondheidszorg. Ik kreeg zelfs het bevel om psychotherapie te doen. Het was de eerste keer dat ik echt bang was dat mensen zouden ontdekken dat ik in behandeling was. Tot dusver had ik wel een beetje aan mezelf gewerkt, want ik wist ook wel dat er van binnen nog wat te repareren viel. Maar ik had gehoopt dat ik mezelf in mijn eentje had kunnen fixen. Door veel te lezen. De opname in het ziekenhuis betekende voor mij the big fail.

Illustratie Stephanie Willems

Ik kreeg een therapeut toegewezen die bijna op pensioen was. Hij had snel in de gaten wat er met me scheelde. Hij was fantastisch. Hij wilde vooral dat ik uit mijn ontkenningsfase kwam. Want tegen die tijd wist ik nog maar amper wat me overkomen was.

‘Vertel me over je herinneringen.’

‘Maar het zijn crazy ass memories. Ik weet niet eens of het echte herinneringen zijn. Ik ben er zeker van dat ik ze heb verzonnen. Of dat ik ze heb gedroomd. Of dat ik ze heb gezien in een film. (Stil) Ik heb een ongeluk gehad als kind met hersenschade. Ik denk dat ik me daardoor allerlei gekke dingen herinner.’

‘Vertel ze toch maar.’

En zo is het begonnen. Zo ben ik uit die ontkenningsfase gekomen. Ik had veel werk met mezelf.

Het waren de jaren negentig, in de tijd dat de DSM IV, dat is het grote handboek van de psychiaters, schreef dat mensen met posttraumatisch stresssyndroom een gevaar waren voor zichzelf en anderen. Als je op die lijst belandde, kwam je automatisch terecht op een te raadplegen lijst bij misdrijven. Als officiële diagnose kreeg ik daarom acute anxiety disorder, ernstige angst stoornis, maar hij liet me wel duidelijk verstaan dat ik ptss had, zoals een oorlogsslachtoffer.

Na een jaar praten dacht ik dat ik hersteld was. Min of meer. Want wanneer mijn zoon vier jaar werd en later negen, de leeftijden waarop ik mijn trauma’s had meegemaakt, triggerde mij dat. Ik was hyperwaakzaam met mijn zoon. Bang dat hem iets zou overkomen. Altijd.

Ik had nog altijd last. Nachtmerries. Paniekaanvallen. Misselijkheid. Prikkelbaar darmsyndroom.

En mijn antwoord was telkens: misschien zal ik wat meer yoga doen. Of acupunctuur. Sessies hypnotherapie. Beter wat gezonder eten.

“Ik wist dat het monster er was, maar ik was niet klaar om de confrontatie aan te gaan.”

Ik was ernstig ziek, maar het heeft heel lang geduurd vooraleer ik dat heb kunnen aanvaarden. Ik zat nog altijd met mijn illusie van grootheid. Ik ben groot en sterk. Dat dacht ik nog altijd, omdat ik mezelf dat had aangeleerd. Een beetje typisch is dat, voor kinderen die vroeg zelfstandig zijn moeten worden, want als je jong bent, moet je jezelf oppompen in je eigen denkbeeldige wereld, om de echte wereld aan te kunnen. Om te overleven.

Op dat moment kon ik geen enkele kwetsbaarheid accepteren. Omdat ik me als moeder sterk moest houden voor mijn zoon. Ik wist dat het monster er was, maar ik was niet klaar om de confrontatie aan te gaan. En dus bleef de ontkenning grotendeels. Mijn gezondheidsklachten klasseerde ik als fysiek.

Mijn therapeut had wel gezegd dat ik moest proberen om zoveel mogelijk te weten te komen over vroeger. Dus ik ben volwassenen van toen gaan zoeken die er in mijn jeugd waren, want ik herinnerde me wel enkele namen. En ik belde hen op en zocht ze op, wanneer ik kon. Uiteindelijk heb ik met zeven mensen gesproken. Het was twintig jaar later en ze kenden me nog. Het waren buren van vroeger, en oude hippies. ‘You’re alive!’ zeiden de meesten. Iedereen was verbaasd dat ik nog leefde. Opgelucht dat ik had gebeld, ook. Ze kampten met schuldgevoelens, omdat ze mijn moeder nooit hadden aangegeven bij de politie.

Ergens voelde dat als een bekrachtiging en bevestiging van wat ik dacht dat ik had meegemaakt. Ik had het dus toch niet gedroomd.

“Ik begon ergens te aanvaarden dat ik moest leren leven met mijn ‘handicap’.”

Maar daarop ben ik opnieuw ingestort. Completely off the rails. Haast voortdurend overgeven. Niet kunnen slapen. En ik trok van de ene publieke psychiatrische instelling naar de andere privékliniek voor rijke vrouwen met gezondheidsproblemen. Ik heb zelfs christelijk geïnspireerde therapie geprobeerd – en geloof het of niet, maar die heeft me geholpen. Want al ben je niet religieus, op een gegeven moment komt De Vraag. Waar was je dan, God?

Eind jaren negentig hoorde ik via de grapevine dat het meisje met wie ik destijds had vastgezeten bij die pedofiel, effectief zijn dochter was en dat ze hem had aangeklaagd. ‘Remember that guy your mother used to hang out with?’ Holy shit. Ik heb dan contact opgenomen met de onderzoeker in Arizona, om te vertellen wat ik wist. Ik zat tegenover het meisje van toen ook met survivor’s guilt. Mijn officiële verklaring bevatte dezelfde details als de hare en als die van een derde slachtoffer. Toch is het niets geworden, met die rechtszaak. Te weinig bewijs.

Ik begon ergens te aanvaarden dat ik moest leren leven met mijn ‘handicap’. Ik deed nog altijd therapie. Maar hoe ironisch. Hoe beter ik mijn problemen begreep, hoe zieker ik werd. Ik werd minder en minder mens en meer en meer machine. Ik verliet soms amper mijn huis en stuurde mijn assistent eropuit voor al mijn klusjes – want ik moest intussen wel nog voor ons inkomen zorgen. Ik werkte in vastgoed: ik kocht, ontwikkelde en verhuurde eigendommen op Hawaï.

“Na alles wat ik in mijn jeugd had gezien, was ik absoluut tegen drugs en medicatie.”

Mijn assistent bleef me aanmoedigen vooral niet op te geven. Op een dag kwam hij thuis met een stapel papieren van enkele centimeters dik. Het waren alle lopende klinische trials rond ptss in de VS van dat moment. Hij speelde in op mijn schuldgevoel, want ik voelde er maar weinig voor.

‘Je moet de wetenschap helpen,’ zei hij. ‘Ook al wil je jezelf niet helpen, help dan tenminste een ander. You pick one or I quit.’ Hij dreigde met opstappen.

Ik heb alle papieren aandachtig doorgenomen. De meeste studies waren voor medicijnen die je dan de rest van je leven moest slikken. Dat zag ik niet zitten. Integendeel. Het doel daarvan leek me vooral om de bedrijven rijker te maken. Eén onderzoek viel op. Dat van MAPS, met de mdma.

 

Mdma in kristalvorm en in pilletjes

Ik was zeer sceptisch. Na alles wat ik in mijn jeugd had gezien bij kennissen van mijn ouders, was ik absoluut tegen drugs en medicatie. De realiteit was juist het enige waar ik me aan vastklampte. Het idee van mijn waarneming te vervormen, vond ik bedreigend. Tegelijk vond ik dat ik niks te verliezen had. So what als ik straks gaten in mijn hersenen zou krijgen?

Waarop een hele hoop papierwerk volgde, om te kijken of ik wel echt post-traumatisch stresssyndroom had en alleen maar ptss, zonder dubbele diagnose of bijkomende persoonlijkheidsstoornis. Ik mocht zeker niet aan zelfmedicatie doen. Ik werd van Hawaï naar South Carolina gevlogen, voor wat op een reeks eindeloze gesprekken en proeven leek. Mijn bloed werd getest, net als mijn urine. Ik werd binnenste buiten gekeerd.

Eind 2004 was het zover. Ik begon aan de therapie. In een kamer, met de twee therapeuten, Michael Mithoefer en zijn vrouw, Annie. Ik kreeg een capsule, en we praatten, en we praatten. Ik voelde het al snel: ik had een placebo gekregen! Ik ben tegelijk kwaad en opgelucht teruggevlogen naar Hawaï.

Wat later ben ik mogen terugkeren, voor de therapie met échte medicatie. Terug naar South Carolina, naar de Mithoefers.

In het begin voelde ik veel weerstand vanbinnen: ik probeerde het medicijn tegen te werken, want ik wilde niet dat het me zou overnemen. Het was een gevecht in mezelf, zij het een zinloos (lacht).

“Het gevoel om bij mijn hoogste zelf te kunnen, is onbeschrijfelijk.”

Het is moeilijk om te omschrijven wat er precies is gebeurd. Ik weet wel dat ik op een gegeven moment heb gezegd: ‘Hoezo, ze noemen dit xtc? Dat geloof ik nooit’. Vooraf had ik de intentie geuit dat ik geheeld wilde worden. Ik denk dat dat belangrijk is, want voor mij is de mdma een soort geest in een fles. Die kan je wens niet waarmaken als je er geen hebt gedaan. Tijdens de sessie van acht uur leek het alsof ik mijn eigen hersenoperatie uitvoerde. Ik kreeg toegang tot mijn hoogste zelf – een ander woord vind ik er niet voor – om mijn meest gebroken stukje zelf te herstellen. Ik ben jarenlange vastgeroeste overtuigingen kwijtgespeeld die me beperkten en terughielden om voluit te leven. Het gevoel om bij mijn hoogste zelf te kunnen, is onbeschrijfelijk. Maar het is niet de mdma op zich die dat heeft gedaan. Het was teamwerk: mijn therapeuten, de mdma en ik.

Bij elke genezing is de vraag altijd hoe die precies in elkaar zit. Wat is de architecture of healing? We weten dat niet precies. Veel ptss-patiënten kampen met een gebrek aan zelfvertrouwen en moeten zich krachtiger voelen, zodat ze geen gemakkelijk doelwit meer zijn. Daar wordt veel aan gewerkt, van dat je sterk moet zijn en de wereld moet veroveren. Maar zelfvertrouwen is maar één kant van het verhaal. De andere kant is precies dat je wel je kwetsbaarheid kan tonen. Ja, je mag je pantser afdoen. Het is veilig.

Ik heb me allerlei vragen gesteld tijdens die sessie psychotherapie, omdat ik me veilig voelde. Waarom ben ik als kind geboren in die situatie? Ben ik gewoon op aarde gezet om gebruikt te worden? Waarom ben ik hier? Omdat ik in een vorig leven iets heb uitgestoken? Hoe zit het, met al die verhalen die ik vroeger tegen mezelf heb verteld?

“Ik voelde me achteraf blijvend veranderd. Tachtig procent van mijn ptss-symptomen waren verdwenen.”

De pijn die ik heb ervaren, kon ik niet veranderen. Wel de belief systems, alles wat ik daarrond dacht. Ik kon de ouder worden voor mezelf die ik nooit heb gehad en het gebroken kind in mezelf aanspreken.

‘Ik ben hier. Ik heb je vast. We zijn in leven. We zijn het waard om in leven te zijn. We zijn meermaals gered. Ik ben er voor je, als volwassene. Ik heb je lief.’

Wat een verschil met de hele tijd staan zwaaien met je zweep en roepen dat je nog van alles en nog wat moet verwezenlijken en moet bewijzen.

Ik voelde me achteraf blijvend veranderd. Tachtig procent van mijn ptss-symptomen waren verdwenen. Weg waren de misselijkheid, het overgeven, de paniekaanvallen en het prikkelbare darmsyndroom. Toch moest ik een tweede sessie doen, voor de studie. Daarin heb ik weer rond die kwetsbaarheid gewerkt – en geloof me, het was wérken.

Als jong kind was ik een doelwit. De vraag was altijd alleen: hoe, wie en waar? Ik had daar serieuze issues rond. Hetzelfde met wat het betekent om een vrouw te zijn en wat het betekent om een man te zijn: hoe meisjes niet altijd slachtoffer zijn. Vrouwelijke energie versus mannelijke energie. Na die tweede sessie had ik nog maar tien procent van mijn ptss-symptomen over. Alsof ik levenslang therapie had gevolgd in acht uur tijd.

Lees hier verder over de therapie van Rachel
Rachel Hope praat op vrijdag om 17.30 uur op de Psychedelic Science Conferentie van MAPS voor de screening van de nog af te werken film ‘MDMA: the movie’ in de Junior Ballroom van de Marriott in Oakland. De conferentie is uitverkocht, maar voor die film is iedereen welkom. Op zondag om 15.00 uur neemt ze deel aan twee panelgesprekken met andere patiënten die mdma-therapie hebben gevolgd, om 15.00 uur in de Junior Ballroom en een tweede keer in de Oakland Room om 16.30 uur. Wie geïnteresseerd is, kan ook de live stream volgen.
Dit artikel kwam tot stand met steun van een projectsubsidie Mediabeleid van het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media, Afdeling Cultuur en Media
1 reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Zonder jou, geen Charlie

We hebben jou nodig om ons magazine te blijven maken. Kom dus bij de club en krijg:

  • 2 bookzines (nr. 5: voorjaar 2017, nr. 6: najaar 2017)
  • Charlie goodies
  • toegang tot alle online artikels

En natuurlijk het allerbelangrijkste: de wetenschap dat je bijdraagt aan een eerlijk media-initiatief en een stem die nodig is!

Lees Charlie. Deel Charlie. Word Charlie.

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!