“Niet het glazen plafond, maar het glazen muiltje houdt ons tegen”

Alice onderzoekt het tekort aan vrouwen aan de top

Een tijdje geleden kreeg ik een mail met de vraag of ik zin had om te spreken op de kickoff van een nieuw project van de Vlaamse overheid: ‘Boost’. Het doel was om getalenteerde vrouwen binnen de Vlaamse overheid, letterlijk de ‘boost’ te geven om zich kandidaat te stellen voor topfuncties. Ik, als jong en onervaren meisje, zou er een dag rondlopen tussen alle succesvolle vrouwen, en wat vertellen over mijn blik op carrière.

Hoewel ik echt keihard achter zo’n projecten sta, wist ik deze keer niet zo zeker of het wel iets voor mij was. Om eerlijk te zijn heb ik de Vlaamse overheid altijd maar wat vaag gevonden. Ik weet dat ze zo’n beetje de werking van ons land, -of toch alvast van Vlaanderen-, regelen, maar daar blijft het dan ook bij. En wat zou ik, als 18-jarige antropologie-studente zonder ook maar de minste ambitie om er te gaan werken, te vertellen hebben?

Toen ik er met een iemand van She and Company over belde, -een vrouwencollectief dat een bijdrage wil leveren aan meer vrouwelijkheid in de wereld, én samen met de dienst Diversiteitsbeleid co-organisator is van Boost-, hoorde ik dat het aantal vrouwelijke topambtenaren binnen de Vlaamse overheid de afgelopen jaren gedaald is van 24% naar 21%. Dat komt dus neer op zo ongeveer 80% mannen, of amper één op vijf van de belangrijkste leidinggevenden met een vagina. Niet dat die vagina er zoveel toe doet, maar als de wereldwijde man-vrouwverhouding zo ongeveer fifty-fifty is (51.9% mannen versus 48,2% vrouwen volgens Wikipedia), hoe komt het dan toch dat die verhouding nog steeds zo hard overhoop ligt bij die leidinggevende functies? 

“We zitten nog steeds met een pay gap van meer dan 10% en er zijn nauwelijks vrouwelijke CEO’s.”

Gendergelijkheid is iets waar ik enorm veel belang aan hecht, maar toch merk ik dat ik me vooral de afschuwelijke situaties in het buitenland heel erg aantrek. Misschien omdat de ongelijkheid in België zo onzichtbaar is. Ik heb zelf nooit het gevoel gehad dat er hier veel ongelijkheid is. Toch zitten we nog steeds met een loonkloof van meer dan 10%, zijn er nauwelijks vrouwelijke CEO’s, zijn onze regeringen opvallend mannelijk, is er die 80-20 verhouding binnen de Vlaamse overheid, en blijven er veel meer vrouwen die deeltijds werken dan mannen.

Uit nieuwsgierigheid, en omdat ik dit soort projecten alleen maar kan aanmoedigen, zeg ik dus ja,  en zo komt het dat ik plots in een knalgeel autootje van de overheid zit. Op weg naar een afgelegen kasteel, voor de startdag van Boost.

Foto’s: Lieven Van Assche

Ik heb geen idee wat ik ervan kan verwachten, maar heb ergens toch heel wat verwachtingen.

Dat er een bepaald type ‘overheidsvrouw’ bestaat, en dat dat dan zo’n echte straight to the point carrièrevrouw is. Dat er een duidelijke oorzaak is waardoor die straight to the point carrièrevrouw op de een of andere manier toch die topfuncties misloopt. En dat daar vandaag vast en zeker een simpele oplossing op gevonden zal worden.

Maar dat er geen typische Vlaamse-overheid-vrouw bestaat, is vrij snel duidelijk. Ik zit er lang naar te zoeken, maar behalve dat iedereen laarsjes draagt en niemand sneakers, zijn er weinig opvallende gelijkenissen te vinden. De deelnemers komen van Departement Landbouw en Visserij tot Agentschap Integratie en Inburgering. Ze hebben klassieke studies gedaan, burgerlijk ingenieur-architect of zelfs lerares lager onderwijs. Sommigen zijn 25, anderen 52.

“Hoe kan het dat er in Amerika nog steeds meer CEO’s zijn die John heten, dan dat er vrouwelijke CEO’s zijn?”

Dat ik direct een duidelijke oorzaak zou vinden van dat tekort aan vrouwen in topfuncties, was ook niet bepaald een realistische verwachting. Vragenrondjes tijdens de lunch, het vieruurtje en het avondeten leveren weinig op. Antwoorden op mijn vragen vind ik nauwelijks, evenmin als iemand die er in slaagt om de vinger op de zere plek te leggen. Ik ben bijna teleurgesteld dat geen enkele vrouw ooit het gevoel heeft gehad dat ze gediscrimineerd werd, of minder kansen kreeg dan haar collega’s van het mannelijke geslacht.

Waar gaat het dan toch fout? Hoe komt het toch dat mannelijke leiders, bazen, ministers zoveel talrijker blijven dan vrouwelijke? Dat er in Amerika nog steeds meer CEO’s zijn die John heten, dan dat er vrouwelijke CEO’s zijn?

Het is pas tijdens een workshop over unconscious bias, over vooroordelen die we maken vanuit ons onderbewuste, dat een paar ideeën meer duidelijkheid scheppen. Al snel blijkt dat we allemaal, in meer of mindere mate, bepaalde verwachtingen hebben van mannen en vrouwen, en hen sneller met bepaalde eigenschappen of objecten associëren.

We verwachten dat vrouwen zachter en zorgzamer zijn, en rekenen harder met hen af wanneer ze ‘typisch mannelijke’ eigenschappen vertonen.

‘Voor je het weet ben je een ‘manwijf’’, zegt iemand.

‘Maar je moet soms gewoon ook die ‘mannelijke’ eigenschappen vertonen als je ergens wil geraken’, voegt een andere vrouw eraan toe.

‘In de bedrijfswereld worden vrouwen vaker benadeeld omdat het vooral de ‘typisch mannelijke’ competenties zijn die benadrukt of gewaardeerd worden, en niet de ‘vrouwelijke’’, legt professor Patrizia Zanoni, expert in gender en diversiteit, later die middag uit.

“De wil van gendergelijkheid is er wel, maar de structuren waarin we werken lopen decennia achterop.”

Bij het afleggen van de Implicite Association tests van Harvard (doe de test hier zelf), schrikken veel vrouwen van hoe bevooroordeeld ze zijn, zonder het te weten. Ook ik link vrouwen onbewust meteen aan keukens en kinderen, terwijl ik bij woorden als carrière en manager, direct aan mannen denk. Confronterend.

Maar hoewel die unconscious bias en implicite associations ongetwijfeld een invloed hebben, betwijfel ik of ze ze de oorzaak zijn van het vrouwentekort in leidinggevende functies.

Een groepsgesprek in de late namiddag geeft me eindelijk wat meer inzicht. Iedereen blijkt het over één ding eens te zijn: de wil van gendergelijkheid is er wel, maar de structuren waarin we werken lopen decennia achterop, en in combinatie met die onbewuste vooroordelen en verwachtingen, blijft de werkvloer ten nadele van de vrouw.

Patrizia Zanoni heeft het dan ook niet over het glazen plafond, maar over het glazen muiltje waarin vrouwen zich moeten wurmen, die structuren dus.

‘Jobs zijn kunstmatig gedefinieerd door ons’, vertelt ze. ‘We maken ze, hebben er meteen heel specifieke verwachtingen bij, maar zijn die echt relevant? Moeten we geen comfortabelere schoen zoeken? Want de mentaliteit verschuift, maar de structuren blijven nog steeds even hard gericht op mannen. Zolang die niet veranderen, zal de situatie nooit écht kunnen verbeteren.’

“Competentie blijft het belangrijkst, en die is er ook, alleen zou die veel meer tot zijn recht komen als bepaalde structuren worden aangepast.”

Dat zegt ook Pascale, die 52 is, en ondertussen al het langst in dienst van iedereen. ‘Je kan wel zeggen dat je tegen 2020 40% vrouwelijke topambtenaren wil, maar dat zal niet lukken zonder vernieuwde structuren. En je moet ook geen vrouwen gaan aanwerven, puur omdat ze vrouw zijn. Competentie blijft het belangrijkst, en die is er ook, alleen zou die veel meer tot zijn recht komen als bepaalde structuren worden aangepast.’

Die ouderwetse structuren, zo blijkt, gaan voornamelijk over de combinatie werk-gezin. En daar kan wel eens wat inzitten. Ik herken het gevoel dat al die vrouwen hebben. Want ook mijn vriendinnen zijn, hoe ambitieus ze ook zijn, van plan om een stap terug te zetten zodra ze aan kinderen beginnen. Maar hoeft meer tijd met je kinderen doorbrengen per sé een stap terug te zijn, en het einde van je ambities en doorgroeimogelijkheden betekenen?

‘We moeten op zoek naar een andere structuur waarin 4/5 werken en ambitieus zijn, wél goed samengaat’, stelt iemand vast.

Dat doet me denken aan wat Charlie-collega Ilse Ceulemans een paar jaar geleden zei: ’We staan een heel eind wat de emancipatie van de vrouw betreft, maar we staan eigenlijk nergens wat de emancipatie van moeders betreft.’ Als oplossing is zij voorstander van het 45-jaren plan, een systeem dat zowel mannen als vrouwen het recht geeft om vijf- à tien jaar minder te werken tijdens de drukste periode van je leven, en waar je achteraf toch genoeg kansen krijgt om er weer 100 procent tegenaan te gaan. Een systeem waardoor er minder burn-outs zouden zijn, meer gelijkheid, en meer respect voor oudere werknemers, omdat zij de leemte opvullen van de jonge ouders die tijdelijk minder werken.’

Een systeem dat de vrouwen, net zoals het invoeren van het bevallingsverlof voor mannen, heel erg aanspreekt.

Hoewel projecten als Boost misschien niet voor directe, concrete veranderingen zorgen, is de bewustmaking waarvoor ze zorgen echt super. Want het is pas als iedereen zich bewust is van de problemen die er nog steeds zijn, dat er ook daadwerkelijk iets kan gebeuren. Er is dus meer nodig van dat. Want om die structuren te veranderen waardoor er een tekort aan vrouwelijke leidinggevenden is, zijn er eerst en vooral meer vrouwelijke leidinggevenden nodig. Moeilijk dus. Maar zie je 10 mannen al rond de tafel zitten om samen de problemen rond het tekort aan vrouwen aan te pakken? Ik betwijfel het.

Dus, zoals ik vandaag meer dan eens hoorde passeren: “Als de kar passeert moet je erop springen, maar soms moet je hem eerst naar je toe trekken”.

Foto’s: Lieven Van Assche
Meer info over Boost vind je hier
6 reacties
  • Milan says:

    Unconscious bias? Laat me niet lachen, dat wilt alleen maar zeggen dat iemand onbewust vooroordelen heeft over iemand anders. *Iedereen* heeft dat. Wilt niet per sé iets zeggen over mannen vs vrouwen. Je gebruikt het woord zo dat slecht overkomt. Net alsof ik zou zeggen dat H2O giftig is, want iedereen die het heeft genomen gaat dood.

    Ik denk dat de reden dat er minder vrouwen in topposities zijn, is dat er
    1) Minder vrouwen voor kiezen
    2) Minder vrouwen in deze bedrijven werken
    3) Er meer mannen zijn als founders, etc, die dan kans maken op een positie als CEO, CFO, COO, …

    Wat ik bedoel met 1 is dat er minder vrouwen bereid voor zijn om bepaalde dingen op te geven voor zo’n job, zoals moederschap, vrije tijd, hobby’s, etc. Ze houden liever van jobs als leerkrachten, verzorgers en beroepen die niet gevaarlijk zijn en waar je zeker kan zijn van zwangerschapsverlof, meer vakantie en nog andere voordelen.

    Mannen worden door de maatschappij gepusht om een topjob te krijgen. Dit is ook waarom het percentage zelfmoord voor mannen 3x zo hoog is als bij vrouwen.

    En nog iets: er is geen sprake meer van patriarchie.

    • Profielfoto van dieterdieter says:

      Hey Milan.

      Unconscious bias mag dan wel vaak voorkomen… om het zomaar te aanvaarden is een andere zaak. Als dat de arbeidskansen van een persoon gaat beïnvloeden, dan lijkt het mij terecht om daar tegen op te komen.
      Mijn vrouw heeft een leidinggevende functie, en omdat ze redelijk jong is en dit profiel vaker aan grijs wordende mannen wordt toegeschreven, heeft dit al vaak tot “grappige situaties” geleid. Zo krijgt ze vaak een rare blik als ze het woord neemt, in naam van haar ploeg. Als er een conflict optreedt vragen ze aan haar om de leidinggevende te mogen spreken, om dan verbaasd te zijn dat die voor hun neus staat. Mja!
      Mijn vrouw staat sterk genoeg in haar schoenen, en inmiddels heeft ze haar naam gemaakt, maar als ze in een (redelijk) jonge vrouw geen leider zien, zelfs als die voor hun neus staat, zou het mij niet verbazen dat ze er ook over kijken als ze naar een leider op zoek gaan. Haar capaciteiten liegen er echter niet om: ze is meer dan geschikt voor de functie en dat heeft ze inmiddels al meer dan voldoende bewezen.

      Je zegt dat minder vrouwen kiezen voor top functies. Dat wordt ook aangekaart in het artikel. De vraag is waarom. Zoals je aangeeft zijn er verwachtingen bij die job die niet verenigbaar zijn met o.a. moederschap. Waarom eigenlijk? Waarom zou je geen moederschap kunnen combineren met CEO? Wat is daar de toegevoegde waarde van dat je geen moeder mag zijn in die functie? Waarom zit dat in die structuur ingebakken?

      De vraag die ik mij stel… Waarom kiezen mannen -wel- voor die functies? Hebben wij geen kinderen waar we naar toe willen? Hebben wij dan zo weinig waarde of een invulling van ons leven buiten de job dat we het allemaal moeten opgeven om toch maar die eerste te zijn?
      Mijn vader klopte zoveel uren, dat we hem weinig zagen als kind. Nu bouwt hij af en is er tijd voor het gezin, maar dat gezin is al lang uit huis. De eerste jaren begon hij spontaan te wenen bij het zien van de kleinkinderen omdat hij besefte dat hij (misschien te) weinig met zijn eigen kinderen was bezig geweest.
      We laten onze kinderen met plezier eens verblijven bij de grootouders, en je ziet dat het hem deugd doet maar … is dat dan ons ideaal leven? werken tot we grijs zijn, en hopen op kleinkinderen om het plezier van kleine kinderen te kennen?
      Ik wil meer van mijn leven dan dat.

  • Profielfoto van dieterdieter says:

    Zeer fijn artikel. Patrizia Zanoni klinkt als een interessante vrouw… Straks eens Google’n. Heeft ze publicaties geschreven? Ze lijkt mij de nagel op de kop te slaan.

    Het moederschap lijkt inderdaad een grote rol te spelen. En dit was statistisch ook al bewezen … uit een onverwachte hoek. Thomas Sowell, een man voor wiens anti-feministische ideologie ik weinig sympathie kan opbrengen, kaartte dit aan. Hij vergeleek mannen met vrouwen die nooit getrouwd waren: ze verdienden evenveel (en strikt genomen meer). Misschien onbewust, maar de tegenpartij bevestigt hier deze theorie.

    Maar ik zou ook een andere denkpiste willen belichten. Alvast mijn excuses, moest het als mansplaining overkomen.
    Er is een keerzijde aan die patriarchie. Een man wordt politiek en economisch bevoordeeld, maar ook tot die 2 punten van zichzelf herleid. Carriere is vaak de deur waar mannen door moeten om hun dromen waar te “mogen” maken.

    Je zou als jongeman maar openlijk durven dromen van een mooi huis en een leuke vrouw en je krijgt steevast de vraag “hoe ga je dat verdienen?”. Ik daag alle ouders met een (heterosexuele) dochter uit: mag ze thuiskomen met een man zonder werk, zonder ambitie, gewoon omdat ze die man helemaal geweldig vindt?

    Het artikel kaart aan dat jobs en hiërarchiën nog teveel volgens een oude, patriarchale structuur werken. Volledig mee eens. Je moet jezelf opofferen, en dingen doen die niet te combineren zijn met een warm leven of een gezin. Moederschap botst onherroepelijk op die structuur.
    Meer mannen nemen vaker risico’s, overuren, gevaarlijk werk, of rijden verder en langer. Emoties en sociale factoren worden weggecijferd.
    Feminisme strijd niet voor niets met sociale regels, en heeft samen met de sociale en arbeidersbeweging de levenskwaliteit van mannen de hoogte in geknald.

    Het punt waar ik toe wil komen: volgens mij speelt er een soort oneerlijke concurrentie mee, als gevolg van een emotionele armoede bij mannen. De cijfers van ernstige criminaliteit en zelfdoding, beide gedomineerd door mannen, geven ook aan dat het niet goed zit tussen de emoties van de man en zijn plaats in de maatschappij.
    Die emotionele armoede biedt sociale status als enige reddingsboei. De patriarchale structuur heeft dan maar te vragen.. en er zullen genoeg mannen springen.

    Ik kan vrouwen alleen maar toejuichen in de ambitie om die structuur af te breken, maar ik hoop dat mannen wat talrijker zullen meewerken. Voor beide geslachten.

  • Liesje says:

    De 30 urenweek als nieuwe voltijds norm zoals Femma voorstelt zou hier dus enorm toe bijdragen 😉
    Fijn stuk om lezen!

  • Brechje says:

    volledig mee eens! Het is een structureel probleem – hierdoor blijft het te makkelijk om bepaalde zaken als ‘hoort erbij’ te blijven bestempelen. Geldt trouwens voor elk aspect van gelijkheid, niet alleen gender.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Zonder jou, geen Charlie

We hebben jou nodig om ons magazine te blijven maken. Kom dus bij de club en krijg:

  • 2 bookzines (nr. 5: voorjaar 2017, nr. 6: najaar 2017)
  • Charlie goodies
  • toegang tot alle online artikels

En natuurlijk het allerbelangrijkste: de wetenschap dat je bijdraagt aan een eerlijk media-initiatief en een stem die nodig is!

Lees Charlie. Deel Charlie. Word Charlie.

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!