Je bent wie je mooi vindt

Wil je dat mensen je aantrekkelijk vinden? Verhuis maar alvast naar een grootstad.

Mensen hebben altijd geoordeeld over het uiterlijk van anderen. Maar vroeger heerste er een zeker taboe om andermans voorkomen te beoordelen. Mensen deden het vooral in de beslotenheid van de privésfeer. Vandaag verplaatst het snelle oordeel over uiterlijk zich naar de publieke ruimte. Zelfs op het openbaar vervoer zie je dit fenomeen. Zo luistervinkte ik terwijl twee jonge vrouwen de datingapp Tinder onveilig maakten op de bus. “Deze jongen vind ik maar niets. Ik ga hem naar links swipen,” zei de ene jongedame resoluut. “Zou ik ook doen,” antwoordde haar vriendin. “Hij is nogal flauw.” De kandidaat was een jongeman met een Aziatisch uiterlijk.

Giselinde Kuipers is hoogleraar cultuursociologie aan de Universiteit van Amsterdam en gespecialiseerd in de sociologie van schoonheid. Zij kijkt niet op van deze openlijke conversatie over aantrekkelijkheid. “Sociale media en apps zoals Tinder hebben deze houding mee mogelijk gemaakt. Deze recente evoluties in de mediacultuur halen het taboe weg om snel en overal te oordelen over het uiterlijk van anderen. Vooral jonge mensen voelen zich steeds meer expert op dit terrein.”

Maar waarom vallen we in zwijm voor de ene persoon en kunnen we niet snel genoeg wegwezen bij de andere? Wat vinden mensen precies mooi aan elkaar? Giselinde Kuipers zocht het uit. Blijkt dat je bent wie je mooi vindt. Dat raciaal denken een onderliggend patroon is wanneer Europeanen het uiterlijk van niet-blanke mannen beoordelen. En dat er niet één standaard gezicht is waar iedereen voor valt.

Niet één schoonheidsideaal

De cultuursociologe vergeleek welke gezichten mensen mooi vinden in Nederland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Polen en Italië. In elk land toonde zij aan dertig mannen en vrouwen verscheidene foto’s van personen van hetzelfde en het andere geslacht. Giselinde vroeg de proefpersonen te vertellen waarom het gezicht op de foto’s in de smaak viel. De studie trekt de volgende conclusie: “Er is niet één dominant schoonheidsideaal. Mensen vinden verschillende gezichten mooi en lelijk. Roze haren vinden sommige proefpersonen afstotelijk en anderen weer aantrekkelijk. Je zal dus altijd bij iemand in de smaak vallen, hoe je er ook uitziet. Dat is hoopvol.” Alleen moeten Aziatische mannen in Europa wat langer zoeken vooraleer iemand hen aantrekkelijk noemt.

Verborgen racisme

“Wij merken dat mensen onbewust oordelen op basis van ras wanneer zij een mannengezicht bekijken.” Heel wat proefpersonen uiten subtiel dat zij Aziatische mannen en in mindere mate ook zwarte mannen onaantrekkelijk vinden. “Belangrijk is dat de meerderheid van de proefpersonen blanke Europeanen zijn, hoewel wij in elk land ook mensen van niet-blanke afkomst bevroegen. Wij willen nog verder onderzoeken hoe zij kijken naar etniciteit en schoonheid. Dit is zeer ingewikkeld om te verwezenlijken. Want ras is natuurlijk cultureel bepaald. Zo wordt een derde generatie Marokkaan in Nederland nog gezien als Marokkaan maar in Frankrijk veel minder. Bovendien definiëren mensen hun etniciteit ook op verschillende manieren. Maar het blijft gelden dat de veelal blanke proefpersonen Aziatische mannen en gedeeltelijk ook zwarte mannen minder aantrekkelijk vinden.”

“Het blijft gelden dat de veelal blanke proefpersonen Aziatische mannen en gedeeltelijk ook zwarte mannen minder aantrekkelijk vinden.”

Hoe kwam Giselinde tot dit resultaat? “Als we enkel de tekst van de interviews hadden geanalyseerd, hadden wij dit niet gevonden. Wij zochten verder aan de hand van een statistische analyse van de gebruikte afbeeldingen.” Want enkel zo kom je te weten wat de proefpersonen écht denken wanneer ze oordelen over iemands uiterlijk. “Mensen beseffen niet dat zij raciale vooroordelen hebben wanneer zij het uiterlijk van mannen beoordelen. Ze verwoorden dit onderliggende patroon zeer subtiel. Als het gaat over huidskleur, weten mensen dat het niet netjes is om racistische termen te gebruiken. Door statistische analyse zien wij dat mensen toch onbewust negatieve associaties hebben bij een niet-blank mannengezicht.” Hoe kan je verklaren dat gekleurde mannen vaker te kampen hebben met negatieve oordelen over hun aantrekkelijkheid dan niet-blanke vrouwen?

 

Verschillende types mannen via Istock (niet de beelden die voor het onderzoek gebruikt werden). Foto’s van mannengezichten die gebruikt werden in het onderzoek, bekijk je hier. Meer over de methodologie van het onderzoek vind je hier.

Mannelijkheid en huidskleur

In vorige studies merkte Giselinde dat de hedendaagse beelden van lifestylemagazines mannen vaak portretteren als dingen om naar te kijken. De voorbije drie decennia objectiveren mediabeelden mannen steeds meer. Bedoeling is dat het publiek minder naar mannen kijkt als personen en meer als artistieke of geseksualiseerde voorwerpen. Toch beïnvloedde deze verandering in de beeldvorming amper de manier waarop mensen oordelen over mannelijke schoonheid. “Veel proefpersonen kunnen niet naar mannen kijken als een aantrekkelijk ding. Mensen baseren zich eerder op het uiterlijk om iets te achterhalen over de persoonlijkheid van een man.” De denkbeelden van mensen evolueerden dus amper mee met de verandering in de beeldvorming over mannelijke schoonheid. Neem de 78-jarige Suzanne uit Parijs. Zij vertelt Giselinde dat de man op de foto “mooi is want hij ziet er romantisch uit met zijn warrig haar. Hij heeft een eerlijk gezicht.” Suzanne bekijkt de man als een persoon want zijn kapsel vertelt iets over zijn karakter.

“Wie jij mooi vindt, vertelt dus iets over wie jij bent in de samenleving.”

Deze subjectivering zet de deur open voor oordelen die onmiddellijk gaan over huidskleur. “Als we nadenken over wat voor soort mens de man op de foto is, nemen we vaak zijn mannelijkheid en etniciteit in overweging,” vertelt Giselinde. “Raciale kenmerken, zoals de huidskleur en de neus, hangen immers nauw samen met oordelen over mannelijkheid. Blijkt dat proefpersonen blanke mannen als de norm zien. Vooral blonde en roodharige mannen zouden keurig en betrouwbaar zijn. Maar mensen vinden zwarte mannen té mannelijk en Aziatische mannen niet mannelijk genoeg.” Toch verwoorden de proefpersonen deze raciale vooroordelen niet letterlijk. “Ze zeggen dat zwarte mannen ‘bedreigend’ en ‘agressief’ overkomen en Aziatische mannen ‘vrouwelijk’ en ‘niet zo stoer’.”

Voor vrouwen is huidskleur minder bepalend voor de mate waarin zij als aantrekkelijk gezien worden. De oorzaak vind je bij de objectivering van vrouwengezichten. De helft van de proefpersonen bekijkt vrouwengezichten immers als een ding, net zoals de media vrouwen portretteren. Zo vindt de 18-jarige Federica uit Italië een vrouw aantrekkelijk omdat ze “een mooie lach, met mooie witte tanden en heel blauwe ogen” heeft. Federica kapt een vrouwengezicht in stukjes. Huidskleur is dan maar één van de esthetische onderdelen van een gezicht. Op die manier vertelt etniciteit bij vrouwen dus minder over hun persoonlijkheid dan bij mannen. Vandaar dat de proefpersonen zwarte en Aziatische vrouwen vaker mooi vinden dan niet-blanke mannen.

Giselinde voegt toe dat je deze algemene resultaten sterk kan nuanceren door te kijken naar de sociale achtergrond van proefpersonen. “Leeftijd, opleidingsniveau en woonplaats bepalen mee wie jij aantrekkelijk vindt.” Wie jij mooi vindt, vertelt dus iets over wie jij bent in de samenleving.

Verschillende types vrouwen via Istock (niet de beelden die voor het onderzoek gebruikt werden).

Zwarte man? Ga vooral niet in Nederland wonen.

Nationaliteit beïnvloedt amper wat mensen mooi vinden aan vrouwengezichten. “We leven in een gemondialiseerde mediacultuur waarin Europeanen min of meer dezelfde beelden te zien krijgen van vrouwelijke schoonheid. Hierdoor hanteren mensen in Italië en Polen gelijkaardige normen om de aantrekkelijkheid van vrouwengezichten te beoordelen.”

Voor mannen vertelt Giselinde een ander verhaal. “Wij worden gesocialiseerd om te oordelen over het mannelijke uiterlijk op basis van hun vermeende persoonlijkheid: ziet deze man er wel sympathiek uit? Een ‘goede man’ ziet er anders uit in Italië dan in Nederland. In Zuid-Europese landen houden mensen van een macho-uiterlijk. In Nederland ziet de ideale man er mainstream sexy uit, waarbij blond en rossig haar in de smaak valt. Verder vonden wij dat huidskleur sterk bepaalt hoe de ideale man eruitziet, veel meer dan statuskenmerken zoals dure kledij.” Blanke mannen zijn de veilige optie tussen zwarte mannen en Aziatische mannen, wegens te bedreigend en te flauw.

“In Zuid-Europese landen houden mensen van een macho-uiterlijk. In Nederland valt blond en rossig haar in de smaak.”

Giselinde vervolgt met wat zij “een bijzonder pijnlijk resultaat” vindt: in vergelijking met de andere onderzochte nationaliteiten oordelen Nederlanders het meest over schoonheid op basis van ras. “Zwarte mannen worden vooral in Nederland als bedreigend gezien en daardoor vinden Nederlanders hen minder aantrekkelijk”.

Dit onderzoeksresultaat kwam onverwacht. “Als socioloog denk je dat mensen in een gemeenschap met veel etnische diversiteit meer open reageren op mensen die er anders uitzien dan zijzelf. Omwille van het koloniale verleden van Nederland en de huidige diversiteit van mijn land had ik dit resultaat niet verwacht. Het is verontrustend”. Giselinde vergelijkt dit onderzoeksresultaat met de verhitte debatten rond Zwarte Piet: “ook daar zie je dat Nederland niet zo kleurenblind is als ooit gedacht.”

Maar dan het goede nieuws voor onze Noorderburen. Wanneer je kijkt naar een grote stad als Amsterdam, duikt een ander beeld op: één van grote openheid ten opzichte van verschillende vormen van schoonheid. Als zwarte man in Nederland zit je nergens zo goed als in Amsterdam.

Een Nederlands en een Vlaams voorbeeld van een geseksualiseerde en geglamouriseerde vrouwelijke schoonheid: Barbie uit de realityreeks Oh Oh Cherso (links) en Lesley-Ann Poppe (rechts).

Stadslucht maakt vrij. Behalve als je er uitziet als Lesley-Ann Poppe

In grote steden zoals Londen en Milaan heerst een meer open blik op menselijke schoonheid. “Veel kan voor stedelingen: van felgekleurde haren, opvallende kledingstijlen tot imperfecties in gezichten. Ook keuren stadsmensen minder vaak anderen af op hun huidskleur. Zij vinden etnisch diverse gezichten vaker aantrekkelijk.”

Giselinde wijdt de stedelijke openheid aan het feit dat je in een grote stad onvermijdelijk mensen tegenkomt van verschillende pluimage. Verscheidenheid went en wordt de nieuwe normaliteit. Op vlak van schoonheid maakt stadslucht dus vrij. Toch nuanceert zij ook: “Wijken waar je vroeger een divers publiek had, zijn nu sterk veryupt. Dit vormt een bedreiging voor de diversiteit. Want bepaalde rijkere en etnisch minder diverse groepen bezetten delen van de stad. Zo ontmoeten verschillende mensen elkaar minder. In Vlaanderen zie je dit in de vergelijking tussen Gent en Brussel. Gent werd toch wat aangeharkt terwijl Brussel zich niet laat temmen als stad. In Brussel kan je moeilijker vermijden verscheidene soorten mensen te ontmoeten op straat. Dit resulteert meer in een sfeer van stedelijke vrijheid. Als socioloog verwacht ik dus dat mensen in Brussel een meer diverse smaak hebben op vlak van schoonheid dan in gegentrificeerde steden.”

“Stadsmensen keuren minder vaak anderen af op hun huidskleur. Zij vinden etnisch diverse gezichten vaker aantrekkelijk.”

De diverse vormen van schoonheid moeten in de stad vooral authentiek zijn. “Vooral voor jonge hippe stedelingen is authenticiteit erg belangrijk”, vertelt Giselinde. “Hipsters zijn een extreem voorbeeld, maar eigenlijk behoren bijna al mijn studenten tot deze groep van jonge stedelingen. Grofweg kan je zeggen dat zij geen literatuur lezen en niet naar de opera gaan, maar dat ze wel een vorm van culturele kennis hebben die hen status oplevert. Denk aan hun omgang met sociale media, consumptie van bepaalde televisieseries en hun verregaande lichaamscultuur.” Een authentiek gezicht houdt in dat er van niets te veel is. “De haren wat rommelig, weinig make-up en minder gepolijst: daar gaan stedelingen vaak voor. Natuurlijk is dit een esthetiek die je ook elders ziet in steden. Stap eens een koffiebar binnen. Ook daar is de look niet af waardoor het interessanter en echter voelt.”

Jonge stedelingen vinden de individualiteit van imperfecte gezichten aantrekkelijk. En net daarom vallen vrouwen met té veel make-up, té blonde haren en een té sexy blik hier uit de boot. “Vele stadsmensen vinden deze gepolijste vrouwengezichten fake,” zegt Giselinde. “Het toont dat de openheid van de stad niet eindeloos is. Een aantrekkelijk uiterlijk is nergens zo divers als in de stad. Maar een vrouw met een geglamouriseerd en geseksualiseerd gezicht krijgt het hard te verduren van stedelingen. De stadsmensen in onze studie vertonen een echte dedain tegenover het type barbievrouwen uit de realityreeks Oh Oh Cherso. In de stad kijkt men enorm neer op deze vorm van schoonheid.” De stedelijke vrijheid heeft dus strikte grenzen. Met een uiterlijk als Lesley-Ann Poppe, kan je beter elders wonen om in de smaak te vallen.

Grenzen

Denken is één ding, doen een ander. Zal ons bliksemsnelle morele oordeel over iemands uiterlijk ons gedrag tegenover deze persoon beïnvloeden? Giselinde hoopt deze vraag te kunnen beantwoorden in toekomstige onderzoeksprojecten. Maar ze verwacht alvast “dat een oordeel over iemands uiterlijk directe sociale gevolgen heeft, want je trekt grenzen tussen personen. Als je iemand mooi vindt, wil je een connectie met die persoon. Vind je iemand lelijk, dan neem je afstand. Mensen kunnen deze reactie moeilijk corrigeren.”

“Als je iemand mooi vindt, wil je een connectie met die persoon. Vind je iemand lelijk, dan neem je afstand.”

Uit Giselindes onderzoek blijkt alvast dat de jongedames aan het begin van het artikel redeneren vanuit een sociologische waarheid wanneer zij de jongeman met het Aziatische uiterlijk ‘wat flauw’ vinden. Want op schoonheidsvlak stoten niet-blanke mannen tegen de onzichtbare grenzen van onbewuste raciale vooroordelen. En wanneer het meisje de Aziaat naar links swipete, werd de grens in haar hoofd ook werkelijkheid.

 

Volgende keer bespreken we met Giselinde een nieuw fenomeen. Modemagazines zoals Vogue beginnen over politiek te schrijven. Blijkt dat in onze geglobaliseerde wereld juist Vogue een publiek kan bereiken dat politici nog maar moeilijk kunnen overtuigen.

Meer over Giselindes onderzoek naar de evaluatie van schoonheid in vijf Europese landen, lees je hier.
Lees ook: Waarom vrouwen in Vogue nooit lachen en in Cosmopolitan altijd

 

Dit artikel kwam tot stand met steun van een projectsubsidie Mediabeleid van het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media, Afdeling Cultuur en Media.
1 reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Zonder jou, geen Charlie

We hebben jou nodig om ons magazine te blijven maken. Kom dus bij de club en krijg:

  • 2 bookzines (nr. 5: voorjaar 2017, nr. 6: najaar 2017)
  • Charlie goodies
  • toegang tot alle online artikels

En natuurlijk het allerbelangrijkste: de wetenschap dat je bijdraagt aan een eerlijk media-initiatief en een stem die nodig is!

Lees Charlie. Deel Charlie. Word Charlie.

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!