“Onze woorden zijn de spiegel van de werkelijkheid”

“Onze woorden zijn de spiegel van de werkelijkheid”

... maar de werkelijkheid spiegelt zich ook aan onze woorden

Wie het boek ‘Het ministerie van werkplezier’ van Ilse Ceulemans las, of een voorpublicatie ervan op onze site en in ons vorige bookzine, weet dat de schrijfster een hekel heeft aan managerstaal en buzzwoorden. In het boek pleit ze voor het afvoeren van het woord ‘content’, een hipper woord voor ‘inhoud’ of ‘tekst’. Op woensdag 10 mei plant ze een heuse begrafenis voor het woord. Wij vroegen haar waarom. Foto: Sarah van Looy

Wat gaat er precies gebeuren Ilse?
“We gaan het woord content begraven en dat is meteen de eerste stap in de richting van normale mensentaal op de werkvloer. We komen samen op het Conscienceplein in Antwerpen, ik zal een gedichtje voorlezen en daarna wordt het woord plechtig begraven, bij de grote boom waar de muzikanten altijd zitten. En dan is het klaar. ‘Dag content, leve de inhoud!’”

Waarom wil je dat woord precies begraven?
“Het woord content, in de betekenis van inhoud, staat voor mij symbool voor de holle managertaal die je zo vaak in bedrijven hoort. Als content gebruikt wordt als synoniem voor tekst, gedicht, interview, enzovoort, gaat de nuance verloren. Niemand weet nog welke soort inhoud je kunt verwachten. Is het een beschrijvende tekst, een interview, een dossier, een verhaal, een gedicht, een boek misschien?

Content klinkt als een afvalbak voor letters. Het is industrieparktaal op haar slechtst. Wij willen sowieso van dat vervelende managertaaltje vol Engelstalige woorden af, want wij van het Ministerie van Werkplezier vinden dat het afstand schept tussen mensen. Het creëert een vaagheid die niet nodig is. Serge Ornelis, mijn co-auteur, zegt er dit over: ‘Als een manager aan zijn medewerker zegt: ‘Uit de key performance-indicatoren blijkt dat dit project de deliverables onvoldoende neerzet en we dit dus beter uitfaseren’, dan bedoelt hij eigenlijk gewoon: we stoppen er beter mee, want het resultaat is niet goed. Tegelijk suggereert hij: spreek me niet tegen, want je snapt er toch niets van. Vaak zijn dit soort woorden zelfs een manier om macht uit te oefenen of dingen te verdoezelen.’

Het is tijd om opnieuw normaal te praten op de werkvloer. En we beginnen dus bij de kern: het woord content. Voortaan spreken we opnieuw over inhoud. Leve de inhoud! De inhoud van onze teksten, en onze inhoud als mens.”

“Content klinkt als een afvalbak voor letters. Het is industrieparktaal op haar slechtst.”

Waarom zijn woorden zo belangrijk?
“Je gebruikt woorden om iets te benoemen. Maar terwijl je benoemt, verander je ook altijd een beetje de wereld. Want de wereld ziet er anders uit naargelang je hem benoemt. Als je een gedicht ‘content’ noemt bijvoorbeeld, dan verliest het een beetje van haar glans. En dat gebeurt met veel woorden die je in kantoren en industrieparken hoort.

Er is ongemerkt een nieuwe taal ontstaan die een ‘uniformtaal’ is. Zinnen dragen allemaal hetzelfde donkerblauwe rokje en grijze kousen. Ze zijn onderworpen aan de regels van het internaat: je emoties laat je thuis. Geen franjes of fantasie. Eénkleurig. Haast ongemerkt glipte deze marketingtaal werelden binnen die helemaal niks met marketing te maken hebben: het onderwijs, de politiek, de zorgsector…

Ik geef een voorbeeld. Stel dat je op een dienst werkt die aan armoedebestrijding doet en je chef heeft volgende week een interview met de krant. Nu zal hij aan jou vragen: : ‘Bezorg jij me wat input ivm de armoede bij jonge kinderen?’. Terwijl hij je vroeger zou gezegd hebben: ‘Wil jij me tegen eind deze week wat cijfers bezorgen ivm het aantal jonge kinderen dat op school komt zonder boterhammetjes?’

Door concrete, in dit geval tekenende informatie te vervangen door een vage term, wordt de boodschap ook een beetje ontmenselijkt. Het beeldende van de taal valt weg, je ziet geen kind meer dat hongerig moet toekijken hoe zijn vriendjes een brooddoos uit hun boekentas halen, maar je hoort iets over ‘input’.

“Managertaal is een beetje gevaarlijk. Ze verarmt de inhoud van de taal die op kantoor wordt gesproken, en zwakt het verlangen naar nuance af.”

Dat doét iets met ons. Onze woorden zijn de spiegel van de werkelijkheid, maar de werkelijkheid spiegelt zich ook aan onze woorden. Daarom is managertaal een beetje gevaarlijk. Ze verarmt niet alleen de inhoud van de taal die op kantoor wordt gesproken. Als we niet opletten, zal ze ons verlangen naar nuance wat afvlakken. We zullen ongemerkt een beetje afstompen.

Maar. Het leuke van taal is: we kiezen helemaal zelf onze woorden. Daarom stel ik ook voor om woorddetectives te worden. Telkens als iemand nog zo’n managementwoord uitspreekt, zeggen we: ‘Kun je even uitleggen hoe jij die contentdrivenheid ziet?’ ‘Over welke outcome ben je nu zo enthousiast?’ Dat wordt spannend, dat zul je zien.

Een tweede stap is het invoeren van nieuwe, spitse kantoorwoorden. Zo ontdekte ik op taalkabaal.nl bijvoorbeeld het heerlijke woord ‘zeemeeuwmanagement’: de manager komt krijsend aan, schijt de hele boel onder en voor je er iets van kunt zeggen, is ie alweer weg. Herkenbaar?

Maar nieuwe woorden strooien, is natuurlijk nog niet ingrijpend genoeg. We moeten het probleem ook bij de kern aanpakken. Bij de term content. Dit woord heeft zich als een tumor in onze woordenschat vastgezet. Dus zit er niets anders op dan het zieke weefsel chirurgisch te verwijderen. Daarom roep ik op tot deze zichtbare actie, om het woord content te begraven.”

“Het wordt meer een intieme plechtigheid, met veel liefde, voor de taal, en voor elkaar.”

Wie is er allemaal welkom?
“Iedereen is welkom natuurlijk. In het boek droom ik van een groot feest waar gedanst wordt tot middernacht, waar eetkraampjes staan en waar lekkere drankjes rijkelijk vloeien. Maar de dingen lopen in werkelijkheid altijd anders dan in boeken. Het wordt meer een intieme plechtigheid, met veel liefde, voor de taal, en voor elkaar. Wie zin heeft om iets te doen dat buiten onze kaders valt, zal het leuk vinden.”

Mag je ook komen gewoon voor de gezelligheid?
“Ja, natuurlijk! Conscienceplein, Antwerpen, 10 mei, 20 u.”

“P.S.: Met content in de betekenis van ‘blij’, is helemaal niets mis.”

 

Meer info: ‘Het Ministerie van Werkplezier’, Serge Ornelis en Ilse Ceulemans, is uitgegeven bij Manteau.
Het Ministerie van Werkplezier heeft ook een clubje op Facebook. Indien je niet kan komen naar de plechtigheid, dan kan je het event hier volgen.
Foto: Sarah Van Looy

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Zonder jou, geen Charlie

We hebben jou nodig om ons magazine te blijven maken. Kom dus bij de club en krijg:

  • 2 bookzines (nr. 5: voorjaar 2017, nr. 6: najaar 2017)
  • Charlie goodies
  • toegang tot alle online artikels

En natuurlijk het allerbelangrijkste: de wetenschap dat je bijdraagt aan een eerlijk media-initiatief en een stem die nodig is!

Lees Charlie. Deel Charlie. Word Charlie.

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!