Waarom doen we online wat offline niet mag?

Stel je een stad voor waar veel verschillende mensen samenleven, maar waar nauwelijks regels of gedragscodes zijn. Iedereen doet maar wat, want controles zijn er amper. Het gebeurt regelmatig dat er in die stad mensen samentroepen bij de krantenkiosk en boos beginnen roepen. Er ontstaat ruzie tussen de klanten die luidkeels hun mening verkondigen over de nieuwsberichten. Er wordt gescholden en gedreigd. Af en toe gaan mensen zelfs met elkaar op de vuist. De  krantenboer onderneemt niets tegen de herrieschoppers, want hoe meer volk, hoe meer kans op potentiële kopers.

In diezelfde stad worden vrouwen soms achtervolgd door wanhopige mannen en krijgen ze ongevraagd een piemel in hun gezicht geduwd. Mensen met een kleurtje krijgen, wanneer ze zich in de hoofdstraat begeven, een stoet boze roepers achter zich aan. Een vrouw met een korte rok wordt achternagezeten en ‘hoer’ genoemd. De laatste maanden wordt de sfeer in de stad steeds grimmiger. Laatst kwam er een jongen op een gruwelijke manier om het leven. Een menigte verzamelde zich bij zijn graf en begon luid te juichen om zijn dood, pamfletten in de hand. “Weer een bruine minder!” “Het is de straf van Allah!”

Elk uur worden er op Facebook meer dan 30 miljoen comments gepost.

Je raadt het al, de stad waar ik het over heb is Het Internet. Die plek waar we met miljarden mensen samenleven, maar waar er amper regels zijn over hoe we met elkaar omgaan. En dat is hartstikke onlogisch, als je erbij nadenkt. Want we brengen steeds meer tijd door online. Elk uur worden er op Facebook meer dan 30 miljoen comments en 17 miljoen statusupdates gepost. Twitter laat elke dag meer dan 500 miljoen meer of minder genuanceerde miniboodschapjes uitvliegen. Laat die getallen even tot je doordringen.

De grootste migratie in de geschiedenis is niet de huidige vluchtelingencrisis, zegt schrijfster Caitlin Moran, het is de migratie naar het internet. Vandaag leven ongeveer 3,5 miljard mensen op het internet, dat zijn er 3,5 miljard meer dan 20 jaar geleden.

“This is where we learn to talk. This is where we learn our language. This is where we test our theories and ideas and see how everybody else is acting and in quantum cultural shifts, conversation changes this way or that based on the loudest voices, what’s allowed, what’s winning and what works.”

Wat Moran zegt, snijdt hout. De manier waarop we met elkaar praten is de laatste jaren ontzettend veranderd. En dat heeft niet alleen technische en praktische gevolgen, maar ook culturele. De luidste roepers bepalen vandaag de toon van het gesprek. We zijn geëvolueerd naar een cultuur waarin online schelden het nieuwe normaal is. Verontwaardiging is de munteenheid waarmee gouden zaken worden gedaan. Hoe meer boosheid in een online krantenkop, hoe meer likes, shares en vooral commentaren.

Verontwaardiging is de munteenheid waarmee gouden zaken worden gedaan.

We staan veel te weinig stil bij de impact die deze technologische verandering heeft op onze cultuur en samenleving. We zijn ons amper bewust van hoe de platformen waarop we allemaal zo vaak rondhangen gebouwd zijn. We beschouwen onszelf als gebruikers van platformen als Facebook en Twitter, maar als je goed kijkt, zijn wij het zelf die gebruikt worden.

Doe je Facebookfeed maar eens open. Er wordt je gevraagd wat je aan het doen bent. Aangespoord om elke gedachte of activiteit ongefilterd en rechtsreeks te delen met de hele wereld. Scroll wat verder door je Facebookfeed en kijk wat er onder elk bericht staat. Een leeg vakje dat smeekt om een reactie. Je wordt onbewust opgeroepen om te reageren op elke post in je feed. Ons online gedrag wordt dus flink gestuurd, zo niet gemanipuleerd, zonder dat we dit beseffen.

Mark Zuckerberg heeft Facebook immers zo gebouwd, dat wij er als gebruikers zo lang mogelijk blijven hangen. Want dat is beter voor de adverteerder die zijn spullen aan jou wil tonen. Wat je dan allemaal uitspookt op zijn platform, maakt eigenlijk niet zo veel uit. Ondanks de uitgebreide gedragsregels die Facebook heeft inzake agressie en hate speech, staat het platform vol haatpraat. Het enige waar Facebook erg streng op lijkt te zijn, is het tonen van vrouwentepels, die worden onmiddellijk gecensureerd. Iedereen weet immers dat vrouwentepels de bron zijn van alle kwaad (het is een goed bewaard geheim dat we kogels kunnen afvuren uit onze borsten). Een doodsbedreiging of extreem racistische uitspraak kan daarentegen langer blijven staan. In ons land verwijderde Facebook in 2016 slechts 1 op de 3 strafbare uitspraken na aangifte. Zolang regels niet consequent worden toegepast, heb je er natuurlijk niet veel aan.

Een deel van de online uitgeefwereld is niet gebouwd op het delen van de beste ideeën, maar op het genereren van zoveel mogelijk kliks.

Facebook verwacht van haar community dat zij zelf aangifte doen van haatreacties en ongepast gedrag. En daarin zouden nieuwssites veel meer hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Uitgeverijen en mediahuizen dragen vandaag een verpletterende verantwoordelijkheid in de verharding van onze online cultuur, maar verkiezen winst boven menselijkheid. Een groot deel van de online uitgeefwereld is niet gebouwd op het delen van de beste ideeën, maar op het genereren van zoveel mogelijk kliks. Hoe meer kliks, hoe meer views voor de banner die boven een artikel staat, hoe meer geld in het laatje. Door het hengelen naar zoveel mogelijk reacties, waarbij het eigenlijk niet uitmaakt of die een hartje of een walgelijke scheldtirade is, dragen uitgevers bij aan een samenleving die steeds harder en onmenselijker wordt. Er was nog nooit zo veel haat op sociale media, berichtten de kranten vorige week. Ironisch genoeg werd dit bericht op sociale media onthaald door nog meer haatcomments.

Hoe kan je als krant met een gerust geweten opiniestukken publiceren die oproepen tot kalmte en dialoog, terwijl je doodsbedreigingen naar bepaalde bevolkingsgroepen doodleuk laat staan onder je eigen artikels? Ik weet dat de uitgeefsector onder zware druk staat qua inkomsten, maar de grote mediahuizen in Vlaanderen zijn nog steeds in handen van enkele van de rijkste families. Het is dus niet absurd om te verwachten dat er iets meer geïnvesteerd wordt in sociale media managers die de commentaren in de gaten houden dan een zoveelste bonus voor de aandeelhouders. Sociale media managers zijn immers de politieagenten en straathoekwerkers van het internet.

Hoe kan je opiniestukken publiceren die oproepen tot dialoog, terwijl je doodsbedreigingen doodleuk laat staan onder je eigen artikels?

Natuurlijk is het logisch dat we 27 jaar na de lancering van Worldwide Web onze shit nog niet together hebben. Mensen evolueren altijd trager dan de technologie die ze ontwikkelen. Kijk naar de uitvinding van de auto. Rond 1885 reed de eerste automobiel door de straten, maar het heeft tot 1992 geduurd eer de veiligheidsgordel op de achterbank verplicht werd. Beeld je maar eens in hoeveel kinderen door de voorruit zijn moeten vliegen vooraleer er werk werd gemaakt van een oplossing en veiligheid gereglementeerd werd. Ik mag hopen dat we deze keer geen 100 jaar hoeven te wachten en wat mensenlevens kunnen sparen.

Voor we met de auto mochten rijden, hebben we allemaal geleerd hoe het verkeer in elkaar zit, dat je enkel mag toeteren in geval van nood of gevaar en dat zwakke weggebruikers voorrang hebben. We hebben voor het internet eenzelfde set basisregels nodig, a code of conduct, die iedereen kent en waaraan iedereen zich dient te houden, en die vooral consequent toegepast worden. Wie de regels overtreedt wordt aangesproken op zijn gedrag.

Een warme oproep naar elke mediabaas of politieker met veel volgers: jullie bepalen de toon van het gesprek.

En daarvoor zullen we vooral voor onze eigen deur moeten vegen. Hierbij doe ik dus een warme oproep naar elke mediabaas, blogger of politieker met een groot aantal online volgers: jullie hebben een voorbeeldfunctie en bepalen de toon van het gesprek. Airbnb heeft bijvoorbeeld een charter opgesteld dat alle gebruikers moeten ondertekenen, waarin staat dat ze geen gebruik mogen maken van hun platform als ze (ver)huurders discrimineren op basis van geslacht, huidkleur, seksuele geaardheid of geloof. Het valt te betwijfelen of dit volledig correct wordt toegepast, maar het is wel een sterk signaal van een groot en populair internationaal bedrijf dat mensen online samenbrengt.

Foto: Sarah Van Looy

Als hoofdredactrice van een online magazine sta ik met mijn voeten in de modder. Ik beheer mee de sociale mediakanalen van ons magazine, lees de reacties, verwijder zelf haatcomments en blokkeer de trollen. Ik luister naar het verhaal van de gebroken redactrice die zich een paar dagen moest terugtrekken om de golf van pure, online haat verwerkt te krijgen. Ik hoor hoe onze stagiaire werd gestalkt door iemand die honderden keren “SLUT” plaatste als reactie op haar Instagramfoto’s. Ik hoor en zie al deze dingen uit eerste hand en het maakt me ziek. Het maakt me ziek dat er zoveel mensen zijn die er niet voor schromen om hun haat openlijk te spuien naar mensen die ze nog nooit in levenden lijve ontmoet hebben.

Maar het maakt me ook strijdvaardiger dan ooit. Om van het internet een veiligere en betere plek te maken. Om onze richtlijnen op de site consequenter na te leven: geen driftbuien, geen haatpraat en geen link dumping om je eigen gelijk te halen. Wie na waarschuwingen toch de regels overtreedt, wordt verwijderd of geblokkeerd. Maar ook om de lezers te bedanken die wél waardevolle commentaren schrijven, ook al zijn ze het niet eens met de redacteur in kwestie. Elementaire beleefdheid is niet teveel gevraagd.

Het internet is nog steeds van ons. Laat het in plaats van het slechtste, het beste in ons naar boven halen.

Ik wil in 2017 werk maken van een mooiere, digitale stad waar mensen respectvoller met elkaar omgaan. Want het is nog niet allemaal naar de kloten. Ergens in de stad die Het Internet heet, zijn ook wijken waar mensen elkaar nog wel goeiedag zeggen. Waar er overleg is met de buren wanneer er een probleem is. Waar er een wafelenbak georganiseerd wordt als iemand geld nodig heeft en waar er volop moppen verteld worden op de oprit.

Het internet heeft ons zo veel mooie dingen gebracht: een onbeperkte toegang tot kennis, crowdfunding voor waanzinnige projecten die anders het daglicht niet hadden gezien, aandacht voor alledaags seksisme en racisme, ontelbaar veel vriendschappen en liefdesrelaties. Het zou zonde zijn dat we dit laten afnemen door een stel roepers en bedrijven die hun verantwoordelijkheid niet willen nemen. Het internet is nog steeds van ons. Laat het internet in plaats van het slechtste, het beste in ons naar boven halen.

 

Foto: Istock
Profielfoto van Jozefien Daelemans Door Jozefien Daelemans

Jozefien was in een vorig leven art-director bij de vrouwenbladen en is nu kapitein van het Charlie-schip. Haar stokpaardjes zijn gendergelijkheid, beeldvorming in de media en het opvoeden van twee luidruchtige jongens.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Zonder jou, geen Charlie

We hebben jou nodig om ons magazine te blijven maken. Kom dus bij de club en krijg:

  • 2 bookzines (nr. 5: voorjaar 2017, nr. 6: najaar 2017)
  • Charlie goodies
  • toegang tot alle online artikels

En natuurlijk het allerbelangrijkste: de wetenschap dat je bijdraagt aan een eerlijk media-initiatief en een stem die nodig is!

Lees Charlie. Deel Charlie. Word Charlie.

Zonder jou, geen Charlie!

Er is meer dan ooit nood aan eerlijke verhalen en het geloof dat we dingen kunnen veranderen. Hell yeah. Word een Charlie en maak ons magazine mee mogelijk.

Ik word lid!